“Vaste plaats van tewerkstelling” ook bij minder dan 40 dagen aanwezigheid?

23/11/16 Bent u voor uw werk in één jaar 40 dagen of meer aanwezig op een bepaalde plaats (bv. bij een klant), dan is die plaats volgens de fiscus een “vaste plaats van tewerkstelling” en worden de verplaatsingen naar deze locatie beschouwd als privéverplaatsingen (woon-werkverkeer). Onlangs kreeg de fiscus voor de rechtbank gelijk in hun standpunt dat er in sommige gevallen ook reeds sprake kan zijn van een “vaste plaats van tewerkstelling”, zelfs indien de belastingplichtige er geen 40 dagen aanwezig was !

Ter herinnering : de belastingadministratie gebruikt in het kader van de inkomstenbelastingen een “40 dagen-regel” om uit te maken of een plaats van tewerkstelling kwalificeert als een “vaste plaats van tewerkstelling”. Deze regel staat te lezen in de administratieve commentaar bij de reglementering inzake het voordeel van alle aard in verband met het privégebruik van een bedrijfswagen.  Verplaatsingen naar een “vaste plaats van tewerkstelling” vormen immers een woon-werk verkeer welke aanleiding vormt tot een belastbaar voordeel van alle aard.  Deze 40 dagen-regel is overigens niet beperkt tot het domein van de bedrijfswagens, uit een parlementaire vraag  is immers gebleken dat de regel ook zijn uitwerking kent indien je wil gebruik maken van de dagvergoeding voor verplaatsingen (dienstreizen).

De toepassing van de 40 dagen-regel in het kader van kostenvergoedingen kwam onlangs ter sprake voor de rechtbank van eerste aanleg.  Een vennootschap was actief als aannemingsbedrijf. De zaakvoerder heeft zijn "vast kantoor" op de maatschappelijke zetel van de vennootschap, doch begeeft zich ook vaak naar de werven van de klanten van zijn vennootschap.  Hij ontvangt hiervoor van zijn vennootschap een forfaitaire dagvergoeding voor  "binnenlandse dienstreizen".  Maar de administratie verwerpt deze aftrek. Een “bin­nenlandse dienstreis” veronderstelt volgens haar "een binnenlandse beroepsverplaatsing met een afwezigheid van minimaal vijf uren, waarbij de verplaatsingen naar een vaste plaats van te­werkstelling uitgesloten worden". Deze uitsluiting is volgens de administratie in deze zaak van toepassing.  De administratie gaat er immers van uit dat de verschillende werven waar de zaakvoerder werkzaam is, een “vaste  plaats van tewerkstelling” vormen.  Zij merkt de verplaatsingen naar de werven daarom als “woon-werkverkeer” aan en aanvaardt om die reden niet dat er forfaitaire vergoedingen (voor binnenlandse dienstreizen) worden uitgekeerd aan de zaakvoerder.  De rechtbank te Gent volgt dit standpunt en bevestigt dat de 40 dagen-regel, welke de belastingplichtige had aangevoerd als ultiem verweermiddel, aldus niet uitsluit dat een plaats waar een belastingplichtige minder dan 40 dagen aanwezig is, toch "als een vaste plaats van tewerkstelling” kan worden aanzien.   De vraag of er sprake is van “'vaste plaats van tewerkstelling” moet volgens de rechtbank worden beoordeeld aan de hand van “het geheel van feitelijke en juridische omstandigheden die eigen zijn aan elk geval afzonderlijk". Volgens de rechtbank kan er dus geen sprake van zijn dat de "administratieve tolerantie (de 40 dagen-regel)” zonder meer op alle gevallen toepasbaar is.  Deze regel staat immers slechts in een circulaire van de administratie, niet in de wet.

We dienen er dus alert voor te zijn indien we bv. het standpunt innemen dat er, bij gebrek aan privéverplaatsingen, geen voordeel alle aard zou verschuldigd zijn op de bedrijfswagen, ook al rijden we met deze wagen frequent naar dezelfde locatie.  Of dat we niet te lichtzinnig mogen omgaan met de dagvergoeding voor binnenlandse dienstreizen.

Contacteer uw Alteor dossierbeheerder indien u hier vragen over heeft. 

 

Deel dit bericht op:


Recentste actua berichten

De autofiscaliteit vanaf 2020

15/02/2019 Vanaf 2020 wijzigt de aftrekbaarheid van personenwagens. De nieuwe regels zijn zowel in de vennootschapsbelasting als personenbelasting van toepassing.

Lees meer

Het UBO-register invullen

08/02/2019 Als zaakvoerder of bestuurder in een vennootschap ben je verplicht online het UBO-register (register van uiteindelijke begunstigden) van deze vennootschap in te vullen en up-to-date te houden. Hierbij uitleg over de praktische kant van dit verhaal.

Lees meer

De vrijwilligersvergoeding 2019

28/01/19 De forfaitaire onkostenvergoeding die je als vrijwilliger onbelast kan ontvangen wordt elk jaar geïndexeerd. Voor 2019 (aanslagjaar 2018) mag de vergoeding maximaal 34,71 € per dag bedragen. De jaarvergoeding is beperkt tot 1.388,40 €.

Lees meer