Btw Administratie vereenvoudigt bewijslast Intracommunautaire levering

05/12/16 Bij controles is er soms discussie over de toegepaste Btw vrijstelling bij intracommunautaire leveringen. Nergens is immers bepaald vanaf wanneer het bewijs is geleverd dat de verkochte goederen werden vervoerd naar een andere lidstaat.  Om meer rechtszekerheid te creëren voert de Btw administratie een bewijs in van weerlegbaar vermoeden, via het “bestemmingsdocument” (Beslissing E.T. 129.460).

Wanneer een Btw plichtige vanuit België goederen levert aan een Btw plichtige in een andere lidstaat van de Europese Unie, dan is die levering in België vrijgesteld van Btw als “Intracommunautaire Levering” (art. 39bis Wbtw).

Bij de Belgische Btw plichtige – leverancier ligt een dubbele bewijslast, hij moet aantonen dat  :

  1. de koper een Btw plichtige is die in de lidstaat van aankomst de goederen in zijn Btw aangifte aan Btw moet onderwerpen via de “intracommunautaire verwerving”.  De Btw administratie  acht dit bewezen als  de verkoper beschikt over een geldig Btw nummer van zijn koper dat afgeleverd werd door een andere lidstaat dan België.
  2. de goederen België hebben verlaten met als bestemming een andere lidstaat. Dit kan de verkoper met allerlei stukken aantonen, welke een “geheel van overeenstemmende documenten” moeten vormen.  Denk daarbij o.a. aan contracten, bestelbonnen, vervoersdocumenten, enz.  Helaas is nergens bepaald vanaf wanneer dit bewijs nu effectief is geleverd, wat tot weinig rechtszekerheid leidt.  Bij twijfel zal de Btw administratie deze vrijstelling immers weigeren en dient de leverancier alsnog Btw te betalen over de geleverde goederen.

De Btw administratie heeft begrip getoond voor deze situatie en heeft, bij wijze van proef, een nieuw bewijsmiddel geïntroduceerd : “het bestemmingsdocument”.  Dit document wordt opgesteld door de verkoper en bevestigt dat de geleverde goederen in het bezit zijn van de koper in een andere EU-lidstaat.

Het document (waarvan u enkele voorbeelden terugvindt in de gepubliceerde beslissing) bevat ten minste de volgende gegevens:

  • naam, adres en Btw nummer van de verkoper;
  • naam, adres en door een andere lidstaat dan België toegekende Btw nummer van de koper;
  • de bevestiging van de aankomst van de intracommunautaire levering;
  • de plaats waar de intracommunautair geleverde goederen aankomen (lidstaat, stad of gemeente);
  • de maand en het jaar van ontvangst van de geleverde goederen;
  • de periode waarop het document betrekking heeft;
  • een beschrijving van de geleverde goederen (benaming & hoeveelheid);
  • de prijs in euro (excl. btw) van de geleverde goederen;
  • een eenduidige verwijzing naar de verkoopfactuur.

Binnen de drie maanden na het verstrijken van de periode waarop het document betrekking heeft, moet de koper de juistheid van deze gegevens bevestigen. Hij brengt zijn naam, datum en handtekening en de melding “Ontvangen voor ...”  aan op het bestemmingsdocument.  Het is de verkoper die er moet op toezien dat hij in het bezit komt van een correct ondertekend bestemmingsdocument.

Het staat de verkoper vrij per levering te kiezen om de echtheid van de intracommunautaire levering aan te tonen met het bestemmingsdocument, dan wel via andere documenten.

Buiten het bestemmingsdocument moet de leverancier hoe dan ook steeds volgende documenten kunnen voorleggen :

  • de verkoopfactuur;
  • de betalingsbewijzen;
  • de transportfactuur (wanneer de verkoper het vervoer laat uitvoeren door een derde).

Opgelet, het blijft een weerlegbaar vermoeden.  De Btw administratie kan steeds vragen om bijkomende bewijsstukken voor te leggen.

Vragen ? Contacteer uw Alteor dossierbeheerder.

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Waardering vruchtgebruik

18/07/2018 Er werd de laatste jaren al veel gezegd en geschreven over de waardering vruchtgebruik van panden in vennootschappen. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek en de huidige tendensen.

Lees meer

De Btw Administratie wordt milder in haar boetes

16/07/18 Al jaren staat de btw-administratie gekend als een “boete-administratie”. De minste overtreding, zelfs ter goeder trouw gemaakt, wordt gesanctioneerd met zeer zware boetes. Dit geeft in de praktijk aanleiding tot vaak schrijnende situaties.

Lees meer

Tot 500 €/maand onbelast bijklussen

10/07/18 Werknemers die minimum vier/vijfde werken, zelfstandigen in hoofdberoep en gepensioneerde kunnen tot 500 € per maand onbelast bijverdienen binnen het verenigingswerk, bij diensten van burger aan burger of in de deeleconomie. Op jaarbasis gaat het om maximaal 6.000,00 €.

Lees meer