De woonfiscaliteit in de aangifte aanslagjaar 2016 : de gewesten beginnen fiscaal uit elkaar te groeien

02/06/2016 Vorig jaar was het de eerste maal dat particulier en belastingadviseur de oefening diende te maken om per woonlening te beoordelen of deze in aanmerking kwam voor gewestelijke, dan wel federale fiscale voordelen. Ook dit jaar moet deze oefening worden gemaakt en nu beginnen de gewestelijke verschillen zich te laten voelen, want ze hebben allemaal een beetje zitten sleutelen aan de fiscale voordelen voor de woonleningen.

1. Gewestelijke fiscale voordelen voor de “eigen woning” - van welk gewest bent u “inwoner”?

Al degenen die een aangifte in de personenbelasting invullen worden beschouwd als “rijksinwoner”. Sinds de zesde staatshervorming, wordt elke inwoner daarenboven gelokaliseerd in een gewest.

Voor de aangifte personenbelasting is dit in principe het gewest waar men woont op 1 januari van het aanslagjaar.

Voorbeeld: u woonde in 2015 een heel jaar in Vlaanderen in uw eigen woning, maar op 28 december 2015 betrekt u een huurappartement in Luik en domicilieert zich daar, dan bent u op 1 januari 2016 inwoner van het Waals Gewest. Bijgevolg zullen de Waalse fiscale voordelen van toepassing zijn op de woonlening voor 2015.

U ziet, de ligging van de woning loopt niet altijd meer gelijk met het gewest dat fiscale voordelen zal toekennen. Verhuizen tussen de gewesten kan bijgevolg zorgen voor fiscale verrassingen (zowel positieve als negatieve)!

2. De (gewestelijke) fiscale voordelen voor de “eigen woning”

Het gewest waarvan u inwoner bent, bepaalt welke fiscale voordelen u kan claimen voor uw woonlening van uw “eigen woning”. Doordat de gewesten hun bevoegdheid om te sleutelen aan de fiscale voordelen voor de woonleningen hebben gebruikt, zal u verschillen merken tussen de gewesten.

Een belangrijke nieuwigheid met betrekking tot de woonbonus (en die geldt voor alle gewesten en ook op federaal vlak) is dat vanaf aanslagjaar 2016 er een onderscheid wordt gemaakt tussen leningen afgesloten vanaf 2006 en leningen afgesloten vóór 2006. De woonbonus bestaat namelijk uit drie korven: een basiskorf, een bijkomende korf gedurende de eerste 10 jaren en een bijkomende korf indien men op 1 januari van het jaar na dat van het afsluiten van de lening 3 kinderen ten laste heeft.

Voor de leningen afgesloten vóór 2006, kan de bijkomende korf gedurende de eerste 10 jaar niet langer worden toegekend. Deze leningen waren in 2015 aan hun elfde jaar bezig, waardoor zij enkel nog recht geven op de basiskorf (en eventueel de korf voor 3 kinderen ten laste).

Hieronder trachten we u per gewest een overzicht te geven in tabelvorm van de fiscale voordelen en de in te vullen codes in de aangifte.

1) Vlaams Gewest:

De korven van de verschillende fiscale voordelen, worden in het Vlaamse Gewest niet langer geïndexeerd, waardoor de maximale bedragen dezelfde zijn als vorig jaar.

A. Woonbonus:

Voor de leningen afgesloten vanaf 2015 werd het bedrag van de woonbonus drastisch beperkt. De basiskorf bedraagt dan nog maar 1.520 euro in plaats van 2.280 euro. De eerste 10 jaar heeft u nog steeds recht op de bijkomende korf.

B. Bouwsparen en bijkomende interesten:

Dit gaat nog over de fiscale voordelen onder het oude stelsel (leningen afgesloten t.e.m. 31/12/2004). Onder bepaalde voorwaarden konden nieuwe leningen, afgesloten vanaf 2005, ook nog gebruik maken van deze fiscale voordelen. In Vlaanderen is deze optie echter niet meer mogelijk voor leningen die werden afgesloten vanaf 2015.

 

C. Lange termijnsparen en gewone interesten:

In het Vlaamse Gewest geldt er nog wel een belastingvermindering voor de gewone interesten van leningen die zijn aangegaan in 2015. Daarom is er in de aangifte een uitsplitsing gemaakt voor leningen voor 2015 en leningen aangegaan vanaf 2015, de laatste zijn enkel te gebruiken voor inwoners van het Vlaamse Gewest.

 

2) Brussels Hoofdstedelijk Gewest

In het Brussels hoofdstedelijk Gewest werd geen indexatiestop ingevoerd, dus de maximale bedragen van de fiscale voordelen van de woonleningen zijn met 10 euro gestegen. Voor de leningen vanaf 2015 werd voorzien in een belastingvermindering van 45 %, hetgeen voordeliger is dan in het Vlaamse en het Waalse Gewest (waar men heeft gekozen voor een belastingvermindering van 40%).

A. Woonbonus

 

B. Bouwsparen en bijkomende interesten:

In tegenstelling tot het Vlaamse Gewest, kon men in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor leningen afgesloten in 2015 onder bepaalde omstandigheden nog wel opteren voor het “oude stelsel”. Voor deze leningen werd voorzien in nieuwe codes in de aangifte.

 

C. Lange termijnsparen en gewone interesten

 

3) Waals Gewest

Ook in het Waalse Gewest werd geen indexatiestop ingevoerd, dus de maximale bedragen van de fiscale voordelen van de woonleningen zijn daar ook verhoogd met 10 euro.

A. Woonbonus

 

B. Bouwsparen en bijkomende interestaftrek

Ook in het Waalse Gewest was het nog mogelijk voor in 2015 afgesloten leningen te opteren voor het “oude stelsel” aan fiscale voordelen (mits aan bepaalde voorwaarden was voldaan).

 

C.         Lange termijnsparen en gewone interesten

  

3. De fiscale voordelen voor de “niet- eigen” woning

Wanneer men een woonlening heeft voor een woning die niet de eigen woning is, valt men terug op de federale fiscale voordelen voor woonleningen. De bedragen van de federale voordelen voor woonleningen zijn niet meer geïndexeerd sinds aanslagjaar 2014.

Daar de fiscale voordelen voor de woonbonus, het bouwsparen en de bijkomende interesten slechts kunnen worden gevraagd voor de woning die op 31 december van het jaar van afsluiten van de lening als “eigen woning” kwalificeert, wordt hier het onderscheid gemaakt tussen leningen afgesloten vóór 2014 en vanaf 2014. 

De codes voor de federale fiscale voordelen zijn nog steeds dezelfde als voorgaande jaren.