Nieuwigheden en aandachtspunten in het Sociaal Statuut van de zelfstandige

01/11/16 Op het vlak van het sociaal statuut van de zelfstandigen zijn er enkele interessante wijzigingen doorgevoerd waar we u graag van op de hoogte brengen.

1. Tijdstip van aansluiting

Tot nog toe dienden beginnende zelfstandigen zich aan te sluiten bij een sociaal verzekeringsfonds uiterlijk op de dag van de aanvang van de zelfstandige activiteit.

Sedert 1 juli 2016 moet deze aansluiting nog vóór de aanvang van de activiteit te gebeuren.

Wie betrapt wordt op het uitoefenen van een zelfstandige werkzaamheid zonder aangesloten te zijn bij een sociaal verzekeringsfonds kan een boete verwachten van € 500 tot € 2.000.

2. Hoofdelijke aansprakelijkheid voor administratieve geldboeten

Voortaan is een zelfstandige niet alleen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale bijdragen van zijn zelfstandige helper, maar ook voor de administratieve geldboeten die de zelfstandig helper verschuldigd is. Het gaat dan over geldboeten van € 500 tot € 2.000 per vastgestelde inbreuk die bv. verschuldigd zijn als een beginnende zelfstandige zich niet onmiddellijk aansluit bij een sociaal verzekeringsfonds hoewel hij daartoe verplicht was of als een persoon een andere zelfstandige beroepsactiviteit blijkt uit te oefenen dan deze waarvoor hij is ingeschreven in de Kruispuntenbank voor Ondernemingen.

Rechtspersonen zijn reeds langer hoofdelijk aansprakelijk voor zowel de sociale bijdragen als de administratieve geldboeten die verschuldigd zijn voor hun "vennoten of mandatarissen".

3. Versoepeling aanvraag vermindering betaling sociale bijdragen

Sinds 2015 worden de sociale bijdragen voorlopig berekend op het beroepsinkomen van 3 jaar geleden. Nadien volgt een regularisatie op basis van het beroepsinkomen van het lopende jaar.

Als deze voorlopige bijdragen te hoog liggen, dan kan men een vermindering vragen op basis van het vermoedelijk inkomen van het lopende jaar mits het voorleggen van objectieve elementen die de vermindering rechtvaardigen.

Tot voor kort was de richtlijn dat er per kalenderjaar een afzonderlijke aanvraag diende te gebeuren.

Ondertussen heeft de Fod Sociale Zekerheid deze richtlijn versoepeld. Dat betekent dat er voortaan een aanvraag kan gedaan worden voor 1, 2 of 3 kalenderjaren via hetzelfde aanvraagformulier. Men moet uiteraard wel objectieve elementen over de vermindering van het inkomen aanbrengen over alle jaren waarvoor er een vermindering wordt gevraagd.

Een zelfstandig ondernemer zal echter steeds jaarlijks een aanvraag moeten indienen omdat hij meestal geen objectieve elementen over de vermindering van het inkomen over meerdere jaren kan aanbrengen.

Een onbezoldigd mandataris daarentegen kan op basis van het verslag van de algemene vergadering of een kopie van de statuten een vermindering van de voorlopige bijdragen vragen voor drie opeenvolgende jaren.

4. Geen regularisaties na pensioen

Gaat u met pensioen en stopt u ook volledig als zelfstandige? Dan kan u vragen om na uw pensionering geen regularisaties meer te betalen.

Tot en met 2014 betaalde u sociale bijdragen op uw beroepsinkomen van drie jaar voordien. Dat was een definitieve bijdrage, die niet meer aangepast werd.

Sinds 2015 betaalt u eerst een voorlopige bijdrage op uw inkomen van drie jaar geleden. Na twee jaar volgt dan een regularisatie van deze bijdrage op basis van het beroepsinkomen van het bijdragejaar zelf.

Wanneer u met pensioen gaat, kan u vragen om geen dergelijke regularisatiebijdragen meer te hoeven betalen. De verzaking aan deze regularisatiebijdragen kan enkel onder welbepaalde voorwaarden worden toegekend:

- U zet uw zelfstandige activiteit stop uiterlijk op de datum van uw pensionering;
- U doet een aanvraag tot verzaking aan de regularisaties vóór de ingangsdatum van uw pensioen;
- De aanvraag slaat op de regularisatiebijdragen van het jaar van de pensionering én van de 3 bijdragejaren daarvoor, voor zover deze bijdragen nog niet geregulariseerd zijn op de ingangsdatum van uw pensioen;
- U heeft voor geen enkele van deze jaren een bijdragevermindering gekregen. Als dat wél het geval is, kan u nog afstand doen van deze vermindering. Maar u betaalt dan wel verhogingen. U zal dus moeten nagaan of deze kosten opwegen tegen het voordeel.

Voorbeeld
U gaat met pensioen op 1 januari 2017. U kan vragen om de regularisatiebijdragen van 2014, 2015 en 2016 niet te betalen. Hiervoor moet u vóór 1 januari 2017 een aanvraag doen en u moet uw zelfstandige activiteit ten laatste op die datum stopzetten. Het Sociaal Verzekeringsfonds zal u dan geen regularisatieafrekeningen sturen.

Let wel:

De aanvraag slaat zowel op de regularisatiebijdragen die u moet bijbetalen als op het geld dat u zou terug krijgen. U moet dus inschatten of het saldo voor de ganse periode positief of negatief is.

Voorbeeld
U gaat met pensioen op 1 september 2017. Stel dat u voor het jaar 2015 een regularisatie van € 2.000 moet bijbetalen, maar voor 2016 en 2017 krijgt u in totaal € 2.500 terugbetaald. Per saldo is dat € 500 in uw voordeel. In dat geval vraagt u beter geen afstand van regularisaties aan.

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Waardering vruchtgebruik

18/07/2018 Er werd de laatste jaren al veel gezegd en geschreven over de waardering vruchtgebruik van panden in vennootschappen. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek en de huidige tendensen.

Lees meer

De Btw Administratie wordt milder in haar boetes

16/07/18 Al jaren staat de btw-administratie gekend als een “boete-administratie”. De minste overtreding, zelfs ter goeder trouw gemaakt, wordt gesanctioneerd met zeer zware boetes. Dit geeft in de praktijk aanleiding tot vaak schrijnende situaties.

Lees meer

Tot 500 €/maand onbelast bijklussen

10/07/18 Werknemers die minimum vier/vijfde werken, zelfstandigen in hoofdberoep en gepensioneerde kunnen tot 500 € per maand onbelast bijverdienen binnen het verenigingswerk, bij diensten van burger aan burger of in de deeleconomie. Op jaarbasis gaat het om maximaal 6.000,00 €.

Lees meer