Studentenarbeid, blijft mijn kind fiscaal ten laste?

20/05/2016 Nu de zomer steeds dichterbij komt, zullen veel studenten op zoek gaan naar een studenten job. Van de ouders krijgen we vaak de vraag of hun student wel fiscaal ten laste blijft.  Om als student ten laste te kunnen zijn van de ouders, zodat deze kunnen genieten van de belastingverminderingen voor kinderen ten laste, moet er aan de volgende voorwaarden voldaan worden.

 

a. De student dient deel uitmaken van het gezin op 1 januari van het jaar volgend op het inkomstenjaar

Zo zal de fiscus voor het inkomstenjaar 2016 nagaan of de student op 1 januari 2017 deel uitmaakte van het gezin.

Opgelet! Wanneer de student tijdelijk de gezinswoning heeft verlaten omwille van studies (de student verblijft in de week op kot), wordt de student normaal gesproken nog steeds beschouwd als deel uitmakend van het gezin.

 

b. Geen lonen ontvangen die beroepskosten zijn voor de ouders

Voorbeeld, de student helpt zijn ouders tijdens de vakantie in hun bakkerij. Het loon dat de student ontvangt is een beroepskost voor de ouders zodat de student niet als ten laste wordt beschouwd.

Wel ten laste : de student wordt door zijn ouders in dienst genomen via een vennootschap waarin de bakkerij wordt uitgeoefend. Aangezien de ouders en de vennootschap afzonderlijke belastingplichtigen zijn, blijft de student ten laste. Het is de vennootschap die het loon als beroepskost aftrekt.

 

c. De  netto-bestaansmiddelen mogen een bepaald bedrag niet overschrijden

Dat bedrag varieert al naar gelang de ouders gezamenlijk of alleen worden belast : 

Als de ouders gezamenlijk worden belast : 3.140,00 €
Als de ouder fiscaal alleenstaand is : 4.530,00 €
Als de ouder fiscaal alleenstaand is, gehandicapte student : 5.750,00 €

De “bestaansmiddelen” zijn alle regelmatige, occasionele of toevallige inkomsten, zoals bijvoorbeeld lonen, werkloosheidsuitkeringen, uitkeringen van een verzekering tegen ziekte en invaliditeit en onderhoudsuitkeringen. Voor meerderjarige of ontvoogde studenten vallen hier ook onder de inkomsten van onroerende goederen waarvan zij eigenaar zijn en de inkomsten van kapitalen.

Opgelet! Worden daarentegen niet als bestaansmiddelen beschouwd voor personen die ten laste kunnen zijn:

Een contract voor studentenarbeid is een schriftelijke arbeidsovereenkomst waarbij in totaliteit niet meer dan 50 dagen gewerkt wordt in een kalenderjaar. Er is geen enkele sociale zekerheidsbijdrage op het loon verschuldigd en er dient geen belasting betaald te worden.

Voorbeeld:
In 2016 heeft de student een brutoloon van 5.000 euro (na aftrek van de sociale zekerheidsbijdrage of solidariteitsbijdrage) ontvangen in het kader van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten. Enkel het deel dat de 2.610 euro overschrijdt, dus 2.390 euro, wordt in rekening genomen als bestaansmiddel. Na aftrek van de forfaitaire kosten (2.390 euro x 20 % = 478 euro), bedraagt het netto bedrag 1.912 euro. (= nog ten laste)

  • onderhoudsuitkeringen die ingevolge een gerechtelijke beslissing met terugwerkende kracht zijn toegekend of verhoogd en die zijn betaald na het jaar waarop ze betrekking hebben;
  • de eerste schijf van 3.140 euro (inkomsten 2016) van de ontvangen onderhoudsuitkeringen die aan kinderen zijn toegekend;

Voorbeeld :
De student heeft in 2016 een bruto onderhoudsuitkering van 6.000 euro ontvangen. Enkel het deel dat 3.140 euro overschrijdt, dus 2.860 euro, wordt in rekening genomen als bestaansmiddel. Na aftrek van de forfaitaire kosten (2.860 euro x 20% = 572 euro) bedraagt het netto bedrag 2.288 euro.

  • wettelijke kinderbijslagen, kraamgelden en adoptiepremies;
  • studiebeurzen;
  • premies voor het voorhuwelijkssparen;

 

Het betreft telkens een nettobedrag. Dit betekent dat een aantal kosten afgetrokken worden van de bestaansmiddelen van de student, welke ook de aard van het inkomen is:

  • ofwel de werkelijk bewezen kosten die u kan aantonen met bewijsstukken;
  • ofwel een forfaitair bedrag van 20%, met een minimum van 440 euro (inkomsten 2016) voor de bezoldigingen en de baten van vrije beroepen of andere winstgevende bezigheden. 

 

Aangifte personenbelasting door de student.

Indien je werkt als student dient er een aangifte in de personenbelasting ingediend te worden.

In die aangifte moeten alle belastbare inkomsten vermeld worden, d.w.z. ook het deel van de onderhoudsuitkeringen en de bezoldigingen die niet als bestaansmiddelen worden beschouwd en waar geen rekening dient mee gehouden te worden om te bepalen of een student nog ten laste is van zijn ouders.

In vele gevallen is het voor een student voordelig om een aangifte personenbelasting in te dienen. Als het inkomen nog beneden de belastingvrije som ligt, dan krijgt deze immers de ingehouden bedrijfsvoorheffing terug.

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Het belang van een correcte inschrijving Kbo

22/05/2018 Een foutieve of onvolledige inschrijving in de Kbo heeft gevolgen op verschillende vlakken. Hieronder schetsen we de regelgeving, de problematiek en de diverse gevolgen van een foutieve Kbo inschrijving.

Lees meer

Auteursrechten, een opportuniteit?

15/05/18 Hoewel initieel enkel gekend in de culturele sector voelen tegenwoordig steeds meer bedrijfsleiders zich geroepen om het fiscaal gunstregime van auteursrechten toe te passen.

Lees meer

Het nieuwe vennootschapsrecht

02/05/18 Vorig jaar werden de voorontwerpen goedgekeurd en, indien alles volgens schema verloopt, zou het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in de loop van 2018 in werking treden. De hervorming legt de nadruk op vereenvoudiging en flexibilisering, met de bedoeling het ondernemingsklimaat aantrekkelijker te maken.

Lees meer