De gevolgen van het zomerakkoord voor kapitaalverminderingen

03/12/2017 Sinds het zomerakkoord is er al fel gediscussieerd over de pro rata-regel inzake kapitaalverminderingen. Aangezien er tot op heden nog geen definitieve wetteksten werden gepubliceerd, bestaan er nog onduidelijkheden omtrent dit aspect van de hervorming van de vennootschapsbelasting en is het mogelijk dat er nog aanpassingen zullen gebeuren aan de voorgestelde toekomstige regeling.

Huidige wetgeving
Bij een kapitaalvermindering kan men thans kiezen op welk bestanddeel van het maatschappelijk kapitaal de vermindering wordt aangerekend, wat fiscaal niet onbelangrijk is.

Een terugbetaling van maatschappelijk kapitaal wordt immers niet als een dividend aangemerkt voor Belgische fiscale doeleinden en is dus niet onderworpen aan roerende voorheffing, indien voldaan is aan volgende twee voorwaarden:

  • de terugbetaling moet gebeuren in uitvoering van een regelmatige beslissing tot vermindering van het maatschappelijk kapitaal;
  • de terugbetaling moet voortkomen uit (het gedeelte van) het statutair kapitaal dat gevormd is door werkelijk gestorte inbrengen vanwege de aandeelhouders van de vennootschap.

Toekomstige wetgeving
De toekomstige wetgeving zal komaf maken met de huidige regel dat kapitaalverminderingen naar keuze aangerekend kunnen worden op het bestanddeel van het maatschappelijk kapitaal dat de vennootschap aanwijst. Een terugbetaling van maatschappelijk kapitaal wordt voortaan aan roerende voorheffing onderworpen in verhouding van het aandeel van de nog aanwezige belaste reserves in het gestort kapitaal, verhoogd met de belaste reserves buiten het kapitaal (pro rata-opdeling). Reden hiervoor is dat kapitaalverminderingen dienen te beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften om van roerende voorheffing te zijn vrijgesteld en dat geacht wordt niet aan deze voorwaarde te zijn voldaan indien nog belaste reserves aanwezig zijn in de vennootschap.

Aanrekening pro rata
De pro rata wordt verkregen overeenkomstig een percentage dat de verhouding uitdrukt tussen:

  • in de teller: de som van het gestort kapitaal, de uitgiftepremies en de winstbewijzen die met gestort kapitaal worden gelijkgesteld;
  • in de noemer: de som van de belaste reserves, de in het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves en het bedrag van de teller. Het bedrag van de reserves wordt bepaald op het einde van het voorgaande belastbare tijdperk, verminderd met de tijdens het belastbare tijdperk uitgekeerde tussentijdse dividenden.

Om de pro rata te berekenen, wordt volgens de meest recente berichtgeving geen rekening gehouden met:

  • negatieve belaste reserves, andere dan het overgedragen verlies;
  • niet in het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves;
  • herwaarderingsmeerwaarden, in de mate dat ze niet uitgekeerd kunnen worden;
  • onderschattingen van activa/overschattingen van passiva, liquidatiereserve en bijzondere liquidatiereserve;
  • wettelijke reserve ten belope van het wettelijke minimum.

Ook de overgangsregeling voor liquidatieboni blijft gevrijwaard. De liquidatieboni zullen bijgevolg na 8 of na 4 jaar door respectievelijk de grote of kleine vennootschappen nog steeds vrij van belastingen kunnen worden uitgekeerd.

Inwerkingtreding
De nieuwe regeling wordt verwacht in werking te treden ‘vanaf 1 januari 2018’, wat allerminst duidelijk verwoord is. Een terugbetaling van maatschappelijk kapitaal verloopt immers in twee fasen:

  • vooreerst is er de beslissing tot vermindering van het maatschappelijk kapitaal door de algemene vergadering op de wijze die is vereist voor een statutenwijziging;
  • vervolgens is er de effectieve uitkering of terugbetaling aan de aandeelhouders. Die mag pas worden gedaan zodra de in aanmerking komende schuldeisers voldoening hebben gekregen, of zodra hun aanspraak om zekerheid te verkrijgen, bij een uitvoerbare rechterlijke beslissing is afgewezen. Om hun rechten te doen gelden, hebben de betreffende schuldeisers een termijn tot twee maanden na de bekendmaking van het besluit tot kapitaalvermindering in de bijlagen van het Staatsblad. Concreet mag de effectieve uitkering of terugbetaling aan de aandeelhouders pas gebeuren na het verstrijken van twee maanden na bekendmaking van het besluit tot kapitaalvermindering.

Volgens de meest recente berichtgeving geldt als referentiedatum, de datum van de algemene vergadering die beslist tot de kapitaalvermindering. Deze regeling zal ook de meeste rechtszekerheid bieden. Wanneer de tweede fase daarentegen als referentiedatum zou gelden, dan zou dit betekenen dat de toekomstige wetgeving ook gevolg zou hebben voor alle kapitaalverminderingen waartoe de algemene vergaderingen in november en december van dit jaar hebben beslist. Dit zou uiteraard de minste zekerheid bieden, gezien deze algemene vergaderingen nog geen kennis hadden van de concrete invulling van de nieuwe regelgeving.

Anticiperen of niet?
Is het aangewezen om alsnog een kapitaalvermindering door te voeren om te ontsnappen aan de nieuwe regelgeving? De laatste jaren worden kapitaalverminderingen – in het bijzonder in combinatie met een voorafgaande inbreng van aandelen – geviseerd door de fiscus. Gelet op de toekomstige pro rata opdeling ingeval van een kapitaalvermindering, zal de fiscus nog meer met argusogen toekijken op kapitaalverminderingen die alsnog in 2017 plaatsvinden en deze toetsen aan de algemene antimisbruikbepaling (art. 344, §1 WIB). Als argument zal ze echter niet kunnen aanwenden dat de bedoeling van de (nieuwe) fiscale wet gefrustreerd werd, daar de bedoeling van een wet die nog niet in werking getreden is, eigenlijk ook niet gefrustreerd kan worden. Uiteraard kan de administratie wel argumenteren dat er geen economische motieven voorhanden zijn, wat bijvoorbeeld het geval kan zijn wanneer de kapitaalvermindering volgt op een eerder gedane inbreng van aandelen.

Het risico op herkwalificatie in een pro rata aanrekening, wat een roerende voorheffing ten belope van 30% tot gevolg zal hebben, is dus wellicht klein. Wanneer de kapitaalvermindering echter werd voorafgegaan door een inbreng van aandelen, dan spelen er andere riscofactoren. In dit geval blijft het risico bestaan dat de fiscus argumenteert dat er sprake is van een verdoken dividenduitkering, waardoor op de gehele uitkering 30% roerende voorheffing verschuldigd zal zijn.

Conclusie
Als we kijken naar buitenlandse wetgeving, dan is het principe van de pro rata aanrekening niet geheel vreemd. Andere landen, zoals Luxemburg, kennen dit principe al veel langer. De gelijktijdige toepassing van de proportionaliteitsregel en de rangregeling in combinatie met een selectie aan kwalificerende reserves vereist evenwel transparante en duidelijke wetgeving. Uitgaande van het principe dat de maatregelen van toepassing zullen zijn vanaf 1 januari 2018 uitgevoerde verrichtingen, meer bepaald op door de algemene vergadering vanaf deze datum besliste kapitaalverminderingen en terugbetalingen van met kapitaal gelijkgestelde uitgiftepremies en winstbewijzen, zal de wetgever zich mogen haasten om tijdig duidelijke richtlijnen uit te schrijven.

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Waardering vruchtgebruik

18/07/2018 Er werd de laatste jaren al veel gezegd en geschreven over de waardering vruchtgebruik van panden in vennootschappen. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek en de huidige tendensen.

Lees meer

De Btw Administratie wordt milder in haar boetes

16/07/18 Al jaren staat de btw-administratie gekend als een “boete-administratie”. De minste overtreding, zelfs ter goeder trouw gemaakt, wordt gesanctioneerd met zeer zware boetes. Dit geeft in de praktijk aanleiding tot vaak schrijnende situaties.

Lees meer

Tot 500 €/maand onbelast bijklussen

10/07/18 Werknemers die minimum vier/vijfde werken, zelfstandigen in hoofdberoep en gepensioneerde kunnen tot 500 € per maand onbelast bijverdienen binnen het verenigingswerk, bij diensten van burger aan burger of in de deeleconomie. Op jaarbasis gaat het om maximaal 6.000,00 €.

Lees meer