Het studentenstatuut, een overzicht

11/04/17 Ingevolge recente wetswijzigingen werd het statuut van de student in verschillende domeinen aangepast. Voor zelfstandige studenten werd er een nieuw statuut in het leven geroepen en voor de studenten tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst worden de prestaties niet langer per dag bijgehouden maar per uur. Hieronder de belangrijkste wijzigingen kort opgesomd.

 

1. De student-zelfstandige

Ondernemende studenten die hun studies combineren met een zelfstandige beroepsactiviteit en die aan bepaalde voorwaarden voldoen, kunnen met ingang van 1 januari 2017 gebruik maken van het nieuwe statuut student-zelfstandige.

Nieuw statuut

Tot en met 31 december 2016 konden studenten met een zelfstandige activiteit gebruik maken van de gelijkstelling met een bijberoep (‘artikel 37’) om op die manier verminderde sociale bijdragen te betalen. Sinds de invoering van het nieuwe statuut van student-zelfstandige op 1 januari 2017 komen studenten niet meer in aanmerking voor de gelijkstelling met een bijberoep.

Wat is er precies veranderd?

Afhankelijk van het netto belastbaar inkomen, moet de student-zelfstandige al dan niet sociale bijdragen betalen. Er bestaan drie categorieën:

  • De student-zelfstandige moet geen sociale bijdragen betalen als het inkomen lager ligt dan de helft van de minimumdrempel van een zelfstandige in hoofdberoep (minder dan € 6.648,12 in 2017).
  • Ligt het inkomen in 2017 tussen € 6.648,12 en € 13.296,25 dan betaalt de student-zelfstandige een sociale bijdrage van 21% op het stuk inkomen dat hoger ligt dan € 6.648,12.
  • De student-zelfstandige die in 2017 meer dan € 13.296,25 verdient, betaalt sociale bijdragen zoals elke zelfstandige in hoofdberoep.

Wat zijn de voorwaarden?

  • Om gebruik te maken van het nieuwe statuut van student-zelfstandige, moet de student zelf een aanvraag indienen bij het sociaal verzekeringsfonds. Dit nieuwe statuut wordt dus niet automatisch toegepast! Studenten die geen aanvraag indienen, zullen in de loop van de maand maart-april een uitnodiging ontvangen om de sociale bijdrage als zelfstandige in hoofdberoep te betalen. Het nieuw statuut komt in de plaats van de bestaande bijdrageregeling gekend onder artikel 37 voor studenten. Er is bijgevolg geen keuze mogelijk.
  • In principe komen alle studenten tussen 18 en 25 jaar oud in aanmerking. Starten als student-zelfstandige kan vanaf het kwartaal waarin ze 18 worden tot en met het derde kwartaal van het jaar waarin ze 25 worden.
  • Student-zelfstandigen moeten ingeschreven zijn aan een Belgische of buitenlandse onderwijsinstelling voor minstens 27 studiepunten of 17 lesuren per week. Het beoogde diploma moet erkend zijn door de bevoegde overheden. Aanvragers moeten een bewijs van inschrijving bezorgen aan hun sociaal verzekeringsfonds.
  • De studenten moeten bij hun sociaal verzekeringsfonds ook een verklaring indienen om te bevestigen dat ze regelmatig lessen volgen. Doen ze dat niet, dan dreigen ze het statuut van student-zelfstandige te verliezen.
  • De studenten moeten een zelfstandige activiteit uitoefenen zonder gezagsverhouding met een werkgever – of althans de intentie hiertoe hebben.

Hoe en wanneer loopt het statuut af?

Elke student-zelfstandige behoudt het speciale statuut in het jaar dat hij 25 jaar wordt tot het einde van het derde kwartaal. Pas vanaf het vierde kwartaal wordt het statuut gewijzigd naar dat van zelfstandige in hoofdberoep. Ook als de student afstudeert vóór zijn 25ste verjaardag, gebeurt de wijziging pas in het vierde kwartaal.

Let wel : als de student zijn studies vroegtijdig stopzet, wijzigt het statuut wél in het kwartaal van de stopzetting.

Worden er sociale rechten opgebouwd?

Bedraagt het jaarinkomen van de student-zelfstandige minder dan € 13.296,25 dan opent hij geen eigen rechten in de ziekteverzekering maar blijft hij ten laste van zijn ouders voor de geneeskundige zorgen. Het betalen van verminderde bijdragen kan onder bepaalde voorwaarden wel de wachttijd voor de verzekering arbeidsongeschiktheid doen lopen. Vanaf een inkomen van € 13.296,25 bouwt de student-zelfstandige dezelfde sociale rechten op als een zelfstandige in hoofdberoep.

 

2. De student-werknemer

De student die met een arbeidsovereenkomst voor tewerkstelling van studenten tewerkgesteld wordt, kan genieten van het voordelige statuut van “student-werknemer”.

Wat is er gewijzigd?

Het studentencontingent wordt niet langer in dagen geregistreerd maar in uren en de Dimona aangifte is gewijzigd.

Een student die met een overeenkomst voor studentenarbeid wordt tewerkgesteld mag gedurende een bepaalde periode tegen loon werken, in afwijking van de normale sociale zekerheidsbijdragen. In de plaats hiervan zijn de werkgever en de student-werknemer enkel een solidariteitsbijdrage verschuldigd, dewelke een stuk lager is dan de gewone sociale zekerheidsbijdrage.

Deze solidariteitsbijdrage bedraagt voor de werknemer 2.71% van het brutoloon en voor de werkgever 5.42% van het brutoloon.

Tot 1 januari 2017 beschikte de student over een studentencontingent van 50 dagen.

Sinds 1 januari 2017 is het bestaande contingent van 50 dagen omgezet in een contingent van 475 uren waarbinnen de student aan een gunstiger sociale zekerheidstarief studentenarbeid mag verrichten. Doordat niet langer met dagen wordt gewerkt, zal er bij een onvolledige dag prestatie niet langer een dag moeten worden afgetrokken van het contingent.

Zodra deze 475 uren worden overschreden, verliezen zowel de student als de werkgever die hem op het ogenblik van de overschrijding tewerkstelt hun sociaal voordeel en zijn ze vanaf het 476ste uur gewone sociale bijdragen verschuldigd.

Het saldo van het studentencontingent kan worden geraadpleegd via de toepassing ‘student@work’- tool die door de RSZ ter beschikking wordt gesteld.

Wat zijn de voorwaarden?

Om van deze gunstregeling gebruik te kunnen maken, moet de werkgever die een student tewerk wil stellen voortaan in de Dimona aangifte het aantal door de student gewerkte uren vermelden waarin hij werd tewerkgesteld onder de gunstregeling en niet langer het aantal dagen.

Daarenboven moet de volgende informatie worden meegedeeld:

  • De vermelding van de hoedanigheid van student;
  • het adres van de plaats van uitvoering van de arbeidsovereenkomst indien dat adres verschilt van het adres van de maatschappelijke zetel van de werkgever dat in de KBO vermeld staat;
  • de einddatum van de uitvoering van de overeenkomst;
  • per kwartaal het aantal uren (en niet langer dagen) waarin een student bij de werkgever kan worden tewerkgesteld onder de gunstregeling voor de sociale bijdragen.

 

3. Kinderbijslag en fiscaal statuut

Zowel voor het statuut van de student-zelfstandige als voor het statuut van de student-werknemer dienen bepaalde grenzen in acht te worden genomen indien de student zijn/haar recht op kinderbijslag niet wil verliezen en ten laste wil blijven van de ouders.

Kinderbijslag

In principe heeft de student recht op kinderbijslag zolang hij studeert en tot hij 25 wordt.

Indien men werkt als student mag men voor de kwartalen 1, 2 en 4 niet meer dan 240 uur per kwartaal werken. Wordt deze drempel overschreden, dan verliest men zijn recht op kinderbijslag.

In kwartaal 3 (de zomer) mag de student onbeperkt werken zonder het recht op kinderbijslag te verliezen.

Fiscaal statuut

Om fiscaal ten laste te blijven van de ouders dienen volgende voorwaarden vervuld te worden:

  • Deel uitmaken van het gezin;
    Om ten laste te zijn voor het aanslagjaar 2017 moet de student-zelfstandige op 1 januari 2017 wettelijk gedomicilieerd zijn in het ouderlijke huis. Ook wie tijdelijk niet bij zijn ouders inwoont (vb. een kot- of Erasmusstudent), maakt wettelijk gezien nog steeds deel uit van het gezin.
  • Geen lonen ontvangen die beroepskosten zijn voor de ouders : zodra zijn loon als beroepskost van hun inkomsten wordt afgetrokken, kan de student niet meer ten laste van zijn ouders zijn.
  • De student-zelfstandige zijn netto belastbare jaarinkomen mag de volgende maximumbedragen niet overschrijden:
    - € 3.200, als zijn de ouders samen worden belast.
    - € 4.620, als de ouders afzonderlijk worden belast en de student fiscaal niet als gehandicapt wordt beschouwd.
    - € 5.860, als de ouders afzonderlijk worden belast en de student fiscaal als gehandicapt wordt beschouwd.

Voor inkomstenjaar 2017 wordt een eerste inkomstenschijf van € 2.660 uit een studentenjob vrijgesteld van de beoordeling of de student-ondernemer persoon ten laste is. Van de overgebleven som mogen de werkelijke of forfaitaire (20%) kosten in aftrek worden genomen.

Voorbeeld

Een studente werkt af en toe als model en verdient € 6.600 per jaar. De ouders zijn getrouwd en worden dus gezamenlijk belast. Van de studente haar inkomen als model wordt € 2.660 vrijgesteld. Van de overgebleven € 3.940 mag er 20% forfaitaire kosten* afgetrokken worden. Er blijft nog € 3.152 netto belastbaar inkomen over. Daarmee valt de studente net onder de grens van € 3.200 en blijft zij ten laste van de ouders.

*Aangezien de werkelijke kosten meestal minder bedragen, is dit vaak de meest voordelige optie.

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Belasting van de meerwaarde bij verkoop aandelen in uw vennootschap

15/11/18 In principe wordt de gerealiseerde meerwaarde bij de verkoop van aandelen vanuit je vennootschap vrijgesteld van belastingen. De voorwaarden van deze vrijstelling werden echter recentelijk verstrengd.

Lees meer

Dagvergoeding voor binnenlandse dienstenreizen

08/11/18 Ook als bedrijfsleider kan je aanspraak maken op het forfait “binnenlandse dienstreizen” van 16,73 €/dag als je de voorwaarden respecteert.

Lees meer

Wonen in een pand van je vennootschap wordt een fiscaal risico

30/10/18 Lange tijd was het geen probleem om te wonen in een gebouw dat eigendom was van je vennootschap. Ingevolge wijzigende rechtspraak wordt dit echter een steeds groter risico.

Lees meer