De nieuwe autofiscaliteit

30/01/18 Traditiegetrouw staat de maand januari in het teken van de auto. Het autosalon lokt jaarlijks heel wat autoliefhebbers naar Brussel. Dit jaar staan niet alleen de nieuwste automodellen in de schijnwerpers, maar ook de nieuwe wetgeving inzake autofiscaliteit gaat met de aandacht lopen. Immers op kerstdag van vorig jaar werd de nieuwe Wet tot Hervorming van de Vennootschapsbelasting bekrachtigd met daarin een luik betreffende de fiscaliteit van onze bedrijfswagen.

De wijzigingen inzake de autofiscaliteit zijn belangrijk voor zowel zelfstandigen als voor ondernemingen, de werkgevers en hun werknemers. De nieuwe fiscale spelregels gelden zowel in de vennootschapsbelasting als de personenbelasting.

Nieuwe aftrekregels

Een eerste belangrijke wijziging bestaat in de nieuwe fiscale aftrekregeling voor auto- en brandstofkosten in zowel de vennootschapsbelasting als in de personenbelasting.

In de personenbelasting (eenmanszaken) wordt met ingang van 1 januari 2018 de forfaitaire aftrek van 75% voor autokosten afgeschaft. Om de fiscale regeling inzake autokosten te harmoniseren, wordt de aftrekregeling zoals deze momenteel van toepassing is in de vennootschapsbelasting geïmplementeerd. Deze regeling stelt het aftrekpercentage afhankelijk van de CO2-uitstoot van het betrokken voertuig. Op deze manier worden ook eenmanszaken gestimuleerd om na te denken over de vergroening van hun wagenpark. Om rechtszekerheid te bewaren heeft de wetgever een overgangsregeling voorzien waarbij personenwagens die voor 1 januari 2018 waren aangeschaft (of besteld) of waarvan het leasecontract wordt afgesloten voor 1 januari 2018 voor minimum 75% aftrekbaar blijven zolang de desbetreffende personenwagen wordt gebruikt.

Met ingang van 1 januari 2020 wordt met de invoering van een vernieuwde en eenvormige aftrekregeling de fiscaliteit van alle voertuigen zowel in de personen- als in de vennootschapsbelasting volledig geharmoniseerd : 

In de vennootschapsbelasting blijft de aftrekregeling van auto- en brandstofkosten zoals ze vandaag bestaat ongewijzigd tot en met 31 december 2019. Met ingang van 1 januari 2020 wordt de nieuwe wetgeving inzake autokosten van toepassing. Deze wijziging voert een nieuwe berekeningswijze in van het aftrekpercentage van zowel auto- als brandstofkosten. Brandstofkosten volgen vanaf 1 januari 2020 dus hetzelfde regime als autokosten en worden aldus aftrekbaar in functie van de CO2-uitstoot van het betrokken voertuig (en niet langer voor 75% zoals dit momenteel het geval is).

In de vernieuwde wetgeving wordt het aftrekpercentage berekend aan de hand van volgende formule: 120% - (0,5% * coëfficiënt * aantal gram CO2/km).

Waarbij het coëfficiënt als volgt wordt vastgesteld:

  • 1,00: voor voertuigen met een dieselmotor en dieselvarianten zoals bv. hybride diesels (voor de bijzondere regeling inzake hybride voertuigen, zie hierna);
  • 0,95: voor alle voertuigen met een andere motor (benzine, LPG, biobrandstof, elektrische motor, …) dan hierboven vermeld;
  • 0,90: voor voertuigen met een motor op aardgas (CNG) met een belastbaar vermogen van minder dan 12 fiscale paardenkracht.

Het volgens bovenstaande formule berekend percentage mag niet lager zijn dan 50% maar ook niet hoger dan 100%. Voor personenwagens met een CO2-uitstoot van 200 gram CO2/km of meer geldt slechts een aftrekpercentage van 40%. De 120% aftrek voor elektrische voertuigen wordt dus volledig afgeschaft. Het voorgaande kan worden verduidelijkt aan de hand van een aantal voorbeelden:

  • Een dieselwagen met CO2-uitstoot van 98 gram CO2/km =>71% (ofwel 120%-(0,5%*1*98)).
  • Een benzinewagen met CO2-uitstoot van 98 gram CO2/km =>73,45% (ofwel 120%-(0,5%*0,95*98)).
  • Een dieselwagen met CO2-uitstoot van 25 gram CO2/km =>100% (maximum)
  • Een dieselwagen met CO2-uitstoot van 190 gram CO2/km => 50% (minimum)

Deze nieuwe berekeningswijze van het aftrekpercentage voor auto- en benzinekosten is met ingang van 1 januari 2020 van toepassing op alle bedrijfswagens. Ook de reeds voor 1 januari 2020 aangeschafte wagens en tweedehandswagens vallen onder de nieuwe wetgeving. De enige uitzondering heeft betrekking op bedrijfswagens die voor 1 januari 2018 werden besteld, aangekocht of geleased op naam van een eenmanszaak (zie hierboven: overgangsregeling personenbelasting). Kosten voor de financiering van een bedrijfswagen worden expliciet uitgesloten uit het toepassingsgebied van de nieuwe aftrekregeling en blijven dus voor 100% aftrekbaar.

Een bijzondere regeling wordt geïmplementeerd voor de “valse hybrides”. De aankoop van dergelijke voertuigen wordt vanaf 1 januari 2020 fiscaal afgestraft. Valse hybrides (de zgn. plug-in hybrides) worden gedefinieerd als voertuigen die deels werken op brandstof en deels op een oplaadbare elektrische batterij, maar waarvan de capaciteit van de elektrische batterij slechts een beperkt gebruik toelaat zodat dergelijke voertuigen de facto maar een zeer korte afstand kunnen afleggen op hun batterij. Deze voertuigen waren de voorbije jaren zeer aantrekkelijk omwille van hun gunstige fiscale regime (hoge fiscale aftrekbaarheid en vrij laag voordeel van alle aard).

Ondanks hun milieuvriendelijk imago en een zogezegde lage CO2 uitstoot, produceren deze “fake hybrides” bij gebruik toch een aanzienlijke CO2uitstoot. Gezien de beperkte capaciteit van de batterij wordt deze immers amper gebruikt of opgeladen en wordt het voertuig vaak uitsluitend met brandstof aangedreven. Het fiscale gunstregime waarvan dergelijke voertuigen vandaag kunnen genieten werd dan ook als unfair beschouwd. Met ingang van 1 januari 2020 voert de wetgever daarom voor fake hybrides een eigen berekening van de CO2-uitstoot in. De CO2 uitstoot is afhankelijk van de energiecapaciteit van de batterij in verhouding tot het autogewicht (uitgedrukt als kWh/100 kg) en van de meegedeelde CO2-uitstoot van de wagen:

  • Indien een voertuig uitgerust is met een elektrische batterij met een energiecapaciteit van < 0,5kWh per 100 kg wagengewicht of een uitstoot heeft van >50 gram CO2/km, dan is het CO2-uitstootgehalte gelijk aan dit van een overeenstemmend voertuig in de niet-hybride versie. Indien er geen overeenstemmende niet-hybride versie beschikbaar is dan wordt het CO2-uitstootgehalte berekend door het meegedeelde CO2-uitstootgehalte van de hybride versie ter vermenigvuldigen met 2,5.
  • Indien een voertuig uitgerust is met een elektrische batterij met een energiecapaciteit van ≥0,5kWh per 100 kg wagengewicht en een uitstoot heeft van ≤50 gram CO2/km, dan is het toepasselijke CO2-uitstootgehalte de meegedeelde uitstootwaarde van de hybride versie.

Omwille van rechtszekerheid heeft de wetgever ook hier in een overgangsregeling voorzien: voor hybride wagens die besteld of aangeschaft werden of waarvan het leasecontract werd afgesloten vóór 1 januari 2018 blijft het meegedeelde hybride CO2-uitstootgehalte ook na 1 januari 2020 van toepassing. Vanaf 1 januari 2020 zullen valse hybrides, net zoals alle andere bedrijfswagens, dus onderworpen zijn aan vernieuwde aftrekregeling voor auto- en benzinekosten. Evenwel zal men bij de berekening van het juiste aftrekpercentage voor valse hybrides desgevallend rekening moeten houden met een herrekend CO2-uitstootgehalte.

Verduidelijking en uitbreiding van de uitzondering op de aftrekbeperking voor autokosten toebehorend aan derden

Tot voor kort voorzag de wetgever een uitzondering op de toepassing van de aftrekbeperking voor autokosten van voertuigen van taxibedrijven, voertuigen van erkende rijscholen en voertuigen die uitsluitend aan derden worden verhuurd. In deze gevallen waren de autokosten 100% aftrekbaar. De voornoemde belastingplichtigen konden evenwel niet van de uitzondering genieten indien zij niet zelf eigenaar waren van de voertuigen maar zij bijvoorbeeld zelf de voertuigen huurden van derden.

In de nieuwe wetgeving wordt de aftrekbeperking voor autokosten voor voertuigen toebehorend aan derden in de voornoemde gevallen beperkt tot de belastingplichtige die eindgebruiker is van deze voertuigen mits deze voertuigen uitsluitend worden verhuurd. Nieuw is ook dat voortaan, ingeval van doorrekening van autokosten, de aftrekbeperking dient toegepast te worden bij degene die de kosten doorgerekend krijgt en niet bij degene die ze doorrekent, mits deze kosten uitdrukkelijk en afzonderlijk op de factuur zijn vermeld.

Met deze wijziging, van toepassing vanaf 01 januari 2018, wil de wetgever duidelijkheid creëren m.b.t. een specifieke problematiek van de toepassing van de aftrekbeperking voor autokosten. Op deze manier wordt tevens de logica van de algemene aftrekbeperking gerespecteerd. Deze aftrekbeperking zal zich in de voornoemde gevallen voortaan slechts één keer voordoen in hoofde van de eindgebruiker. In het verleden werden de wagenkosten welke u doorrekende op uw factuur immers zowel in uw boekhouding als in die van uw cliënt verworpen.

Wat wijzigt er nu voor de werknemer?

Het voordeel alle aard voor bedrijfswagens wijzigt in het algemeen niet, behalve dan in het geval van de valse hybrides. In de berekening van het voordeel alle aard voor privégebruik van de valse hybride aangeschaft vanaf 1 januari 2018 zal men het CO2-uitstootgehalte gebruiken zoals dat van toepassing is voor de berekening van het aftrekpercentage in de vennootschapsbelasting. Naast voorgaande nieuwigheden is het ook belangrijk op te merken dat het wetsontwerp van 15 december 2017 (momenteel hangend in de Kamer) de mogelijkheid introduceert voor werknemers die lang genoeg over een bedrijfswagen beschikken, om deze in te leveren voor een mobiliteitsvergoeding die het zelfde fiscaal en sociaal voordelig statuut kent als de bedrijfswagen, de zogenaamde Mobiliteitsvergoeding, ook wel “Cash for Car” genoemd. Volgens de laatste berichten zou deze nieuwe wetgeving van toepassing zijn vanaf 1 januari 2018.

De mobiliteitsvergoeding is niet cumuleerbaar met verplaatsingsvergoedingen voor woon-werkverkeer en mag, voorafgaand aan het inruilen van de bedrijfswagen, geen aanleiding geven tot een vermindering van het loon. De hoogte van de mobiliteitsvergoeding wordt berekend op de catalogusprijs van de ingeleverde bedrijfswagen en wordt jaarlijks geïndexeerd. De mobiliteitsvergoeding zelf zal net zoals de bedrijfswagen onderworpen worden aan een solidariteitsbijdrage, is aftrekbaar voor de werkgever in dezelfde mate dat de kosten van de ingeleverde bedrijfswagen aftrekbaar waren en is bij de werknemer belastbaar ten belope van een bedrag dat vergelijkbaar is met het privé belastbaar voordeel alle aard voor zijn bedrijfswagen.

Vragen mbt de fiscaliteit van uw wagenpark ? Contacteer uw Alteor dossierbeheerder.

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Het belang van een correcte inschrijving Kbo

22/05/2018 Een foutieve of onvolledige inschrijving in de Kbo heeft gevolgen op verschillende vlakken. Hieronder schetsen we de regelgeving, de problematiek en de diverse gevolgen van een foutieve Kbo inschrijving.

Lees meer

Auteursrechten, een opportuniteit?

15/05/18 Hoewel initieel enkel gekend in de culturele sector voelen tegenwoordig steeds meer bedrijfsleiders zich geroepen om het fiscaal gunstregime van auteursrechten toe te passen.

Lees meer

Het nieuwe vennootschapsrecht

02/05/18 Vorig jaar werden de voorontwerpen goedgekeurd en, indien alles volgens schema verloopt, zou het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in de loop van 2018 in werking treden. De hervorming legt de nadruk op vereenvoudiging en flexibilisering, met de bedoeling het ondernemingsklimaat aantrekkelijker te maken.

Lees meer