Het nieuwe vennootschapsrecht

02/05/18 Vorig jaar werden de voorontwerpen goedgekeurd en, indien alles volgens schema verloopt, zou het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in de loop van 2018 in werking treden. De hervorming legt de nadruk op vereenvoudiging en flexibilisering, met de bedoeling het ondernemingsklimaat aantrekkelijker te maken.

In dit artikel vatten we grootste krachtlijnen samen :

Minder vennootschapsvormen
Van alle huidige vennootschapsvormen worden er slechts 4 behouden :
De Besloten Vennootschap (Bv) : de huidige Bvba, maar zonder de verplichting van een minimum kapitaal, wordt de nieuwe standaard. Een grotere flexibiliteit biedt de mogelijkheid om een vennootschap “op maat” te maken. Zo zou het mogelijk worden om bv. aandelen zonder stemrecht, preferente aandelen, ed uit te geven. Ter vervanging van het verplichte minimum kapitaal komt er een nieuwe schuldbescherming : een “toereikend” kapitaal op basis van een beter uitgewerkt financieel plan en een strengere bestuurdersaansprakelijkheid (maar wel beperkt in bedrag) moeten hier voor zorgen. Een dividenduitkering is enkel mogelijk na een balanstest (het eigen vermogen mag niet negatief worden) en liquiditeitstest (de onderneming moet in staat blijven haar schulden te voldoen).
De Naamloze Vennootschap (Nv) : hier blijft het minimumkapitaal (61.500 €) wel behouden, maar de Nv zou nu ook opgericht kunnen worden door slechts één vennoot. Ook zal het hierdoor mogelijk worden dat een Nv nog slechts 1 bestuurder heeft. In principe de vennootschapsvorm voorbehouden voor de (zeer) grote ondernemingen.
De Coöperatieve Vennootschap (Cv) : voor minstens 3 aandeelhouders, allemaal slechts beperkt aansprakelijk.
De Maatschap : persoonlijke en onbeperkte aansprakelijkheid, eenvoudige oprichting door minimum 2 vennoten. De huidige Vof en Comm.V. gaan op in deze vorm.

Eén wetboek voor verenigingen en vennootschappen
Het nieuwe wetboek (WVV) zal van toepassing zijn op vennootschappen en verenigingen. Niet de aard van de activiteiten, maar het nastreven van winstuitkering wordt het enige criterium om vennootschappen van verenigingen te onderscheiden. Met een vereniging zal je dus winst mogen maken (waarover nu soms nog wel eens discussie bestaat), zolang ze maar wordt uitgekeerd aan een belangeloos doel (en dus niet aan de aandeelhouders, bestuurders,…).

Afschaffing onderscheid handels- en burgerlijke vennootschappen
Het onderscheid tussen “commerciële” handelsvennootschappen (bv. een winkel) en “niet-commerciële” burgerlijke vennootschappen (bv. uw boekhouder) valt weg. Alle vennootschappen, vzw’s, stichtingen, vrije beroepers, landbouwers,… vallen in de toekomst onder eenzelfde noemer van “ondernemingen” en worden als dusdanig behandeld. Dit zal bv. tot gevolg hebben dat ook burgerlijke vennootschappen en vzw’s een faillissement kunnen aanvragen. De “Rechtbank van Koophandel” wordt omgedoopt tot de “Ondernemingsrechtbank”

Overgangsregeling
Bestaande vennootschappen krijgen een overgangsperiode. Zij zullen tijd krijgen tot 2029 om hun statuten in overeenstemming te brengen met het nieuwe vennootschapsrecht. Doen ze niets dan worden ze van rechtswege omgevormd tot de meest passende vorm. Een tussentijdse wijziging in de statuten zal wel tot gevolg hebben dat de volledige statuten in overeenstemming moeten worden gebracht met het nieuwe Wetboek. Nieuwe oprichtingen zullen, waarschijnlijk vanaf 2020, dadelijk de nieuwe regels moeten volgen.

Vragen ?  Contacteer uw Alteor dossierbeheerder.

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Waardering vruchtgebruik

18/07/2018 Er werd de laatste jaren al veel gezegd en geschreven over de waardering vruchtgebruik van panden in vennootschappen. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek en de huidige tendensen.

Lees meer

De Btw Administratie wordt milder in haar boetes

16/07/18 Al jaren staat de btw-administratie gekend als een “boete-administratie”. De minste overtreding, zelfs ter goeder trouw gemaakt, wordt gesanctioneerd met zeer zware boetes. Dit geeft in de praktijk aanleiding tot vaak schrijnende situaties.

Lees meer

Tot 500 €/maand onbelast bijklussen

10/07/18 Werknemers die minimum vier/vijfde werken, zelfstandigen in hoofdberoep en gepensioneerde kunnen tot 500 € per maand onbelast bijverdienen binnen het verenigingswerk, bij diensten van burger aan burger of in de deeleconomie. Op jaarbasis gaat het om maximaal 6.000,00 €.

Lees meer