Nieuwe Btw regels bij online B2C verkoop binnen Europa

03/04/18 Vanuit het besef dat het huidige Btw-systeem niet meer aangepast is aan de steeds sneller evoluerende digitale en mobiele economie, ijvert de Europese Commissie sinds jaren voor een diepgaande modernisering van het Btw-stelsel. Een grondige studie en zoektocht naar de manier waarop dit concreet vorm kon gegeven worden, resulteerden in december 2016 in een voorstel van de Commissie waarin vereenvoudiging, fraudebestendigheid en toegankelijkheid voor de ondernemer voorop staan. Dit voorstel wordt het “VAT Action Plan” genoemd. Deze hervorming is opgebouwd rond een viertal grote pijlers en zal gefaseerd in werking treden, te beginnen vanaf 2019.

Op 5 december 2017 werd al een pakket maatregelen goedgekeurd door ECOFIN waarbij een eerste set van regels omtrent e-commerce vanaf 1 januari 2019 in werking zal treden. Het verminderen van de administratieve lasten voor de (kleinere) bedrijven is hierbij één van de belangrijkste aandachtspunten.

Wat verandert er concreet vanaf 1 januari 2019 in het kader van elektronische, telecom- en communicatiediensten in een B2C-context?
Langs elektronische weg verrichte diensten voor particulieren en andere niet-btw plichtige afnemers worden volgens de Btw lokalisatieregels geacht plaats te vinden in het land waar de ontvanger zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft. Op deze diensten zal met ander woorden Btw moeten geheven worden in het land waar de particuliere klant zijn woonplaats heeft. Dezelfde regel geldt voor telecom- en omroepdiensten.

Bijvoorbeeld: indien men als Belgische onderneming e-books of gedigitaliseerde software verkoopt aan particulieren gevestigd in Frankrijk, Spanje en Nederland, betekent dit dat men in elk van die landen een Btw-nummer moet hebben om de lokale Btw aldaar te kunnen voldoen. Dit is in principe zo vanaf de eerste handeling die de verkoper stelt.

Om een lokale Btw-registratie in elke Europese lidstaat te vermijden, kan men als Europese dienstverrichter gebruik maken van de MOSS-regeling (= Mini One Stop Shop). Dit is een vereenvoudigde regeling waarbij men als dienstverrichter via één elektronische kwartaalaangifte, in te dienen in de lidstaat van vestiging, de Btw kan afdragen die in elke lidstaat verschuldigd is.

Hoewel de MOSS een vereenvoudiging is, kan niet ontkend worden dat ondernemers toch met een heleboel administratieve verplichtingen worden geconfronteerd. Ondernemingen die verder willen kijken dan hun landsgrenzen worden dus geconfronteerd met bijkomende kosten, hetgeen vooral een barrière vormt voor de kleinere ondernemingen.

Plaatsbepaling, de drempel van 10.000 €.
Met een vergemakkelijking en vereenvoudiging van de e-commerce in het achterhoofd, zal vanaf 1 januari 2019 een nieuwe drempel van 10.000 € worden ingevoerd.

Zolang deze drempel niet overschreden is in het huidige en vorige kalenderjaar, mag de dienstverrichter op langs elektronische weg verrichte diensten, telecom- en communicatiediensten, aan particulieren de Btw van zijn land van vestiging aanrekenen. Hij zal zich dus niet onmiddellijk vanaf de eerste handeling moeten registreren in andere lidstaten of de MOSS moeten toepassen.

Pas vanaf het overschrijden van een omzet van 10.000 € zal men Btw moeten aanrekenen van het land van de woonplaats van de ontvanger. Dit zal onmiddellijk moeten gebeuren voor de rest van het kalenderjaar en het daaropvolgende kalenderjaar. Let erop dat voor het bepalen van de jaardrempel van 10.000 € de desbetreffende diensten aan particulieren in alle EU lidstaten moeten opgeteld worden. Het is uiteraard mogelijk om reeds vanaf de eerste dienst Btw van het land van de woonplaats van de klant aan te rekenen.

Let erop dat deze vereenvoudiging niet geldt voor niet-EU ondernemingen. Zij zullen vanaf de eerste euro Btw moeten aanrekenen van het land van de particuliere koper.

Indien we het voorbeeld hierboven hernemen, zou de Belgische dienstverrichter Belgische Btw op zijn diensten kunnen aanrekenen, totdat hij gedurende een bepaald jaar de drempel van 10.000 € overschrijdt voor al zijn diensten aan de Franse, Spaanse en Nederlandse particuliere klanten tezamen. Vanaf de dienst waarbij de drempel van 10.000 € wordt overschreden, dient hij zich in elke lidstaat voor Btw te registreren dan wel een MOSS aangifte in te dienen.

Indien een Zwitserse onderneming dezelfde diensten zou verrichten, dient deze zich in Frankrijk, Spanje en Nederland te identificeren voor Btw doeleinden vanaf de eerste euro die zij aanrekent.

Bewijs woonplaats afnemer, slechts 1 bewijselement nodig.
De woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van een particulier is het beslissende criterium dat bepaalt in welk land Btw wordt geheven. Het is de verantwoordelijkheid van de dienstverrichter om de juiste Btw aan te rekenen, en dus te weten in welk land de klant zijn woonplaats heeft.

Stel dat een particulier vanop zijn hotelkamer op zijn vakantiebestemming een muziekbestand aankoopt en download. De dienstverrichter dient hierop de Btw aan te rekenen van het land waarin de particuliere koper woont. Het is dus aan de dienstverrichter om deze op één of andere manier zien te achterhalen.

Omdat het niet steeds gemakkelijk is om te achterhalen waar de woonplaats van een particuliere koper zich bevindt, heeft de Uitvoeringsverordening nr. 282/2011 van 15 maart 2011 hieromtrent een aantal vermoedens ingevoerd. Zo geldt bijvoorbeeld het vermoeden dat bij het afnemen van een langs elektronische weg verrichte dienst via een WIFI-hotspot, hotellobby, internetcafé,… waarbij men fysiek op die plaats aanwezig moet zijn, de afnemer op die fysieke plaats zijn woonplaats heeft.

In niet-specifiek aangehaalde gevallen, kan de dienstverrichter de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van zijn klant bewijzen aan de hand van twee afzonderlijke, niet-tegenstrijdige bewijsstukken (zoals bijvoorbeeld factuuradres, IP adres, bankgegevens, mobiele landencode van een SIM kaart,…). Vanaf 2019 zullen er niet twee, maar voortaan slechts één bewijselement nodig zijn om de woonplaats van zijn koper aan te tonen, althans voor zover de jaaromzet behaald voor elektronische, telecom- of omroepdiensten niet hoger is dan 100.000 €.

Facturatieregels, lidstaat van identificatie.
Voor handelingen in een internationale context bestaan regels die bepalen welke lidstaat bevoegd is voor de facturatieregels. De bevoegde lidstaat kan de inhoud, uitreikingstermijn en modaliteiten van de facturatie bepalen. Voor “afstandsverkopen” (=verkopen van goederen aan particulieren waarbij de verkoper zorgt voor het vervoer van de goederen naar een andere lidstaat) en voor langs elektronische weg verrichte diensten, telecom- en oproepdiensten, is de lidstaat waar de klant gevestigd is of zijn woonplaats heeft, bevoegd. Dit betekent dat de dienstverrichter de facturatieregels van het land van zijn particuliere klant moet eerbiedigen, en bijgevolg ook met verschillende regelgevingen, naar gelang de woonplaats of vestigingsplaats van de klant, moet rekening houden.

Vanaf 1 januari 2019 treedt hier een vereenvoudiging in werking en zal de leverancier of dienstverrichter in de hierboven bedoelde gevallen enkel met de facturatieregels van zijn eigen lidstaat van vestiging moeten rekening houden.

Ondernemingen buiten de EU gevestigd, een MOSS regeling.
Voor ondernemingen buiten de EU gevestigd die langs elektronische weg verrichte diensten, telecom- en communicatiediensten verrichten voor particulieren gevestigd in Europa, geldt een vereenvoudigingsregeling gelijkaardig aan de MOSS regeling zoals hierboven beschreven. Deze regeling vermijdt dat zij zich in elke EU lidstaat moeten registreren waar zij met particuliere klanten werken, en zorgt ervoor dat zij zich slechts in 1 lidstaat moeten registeren voor de Btw.

Echter kunnen ondernemingen die buiten de EU gevestigd zijn, maar om één of andere reden wel reeds over een Btw-nummer in een lidstaat beschikken, geen gebruik maken van de huidige MOSS- regeling. Zij vallen bijgevolg uit de boot en zien zich verplicht om in alle lidstaten waar zij Btw moeten aanrekenen, een Btw-nummer aan te vragen. Om aan dit probleem tegemoet te komen, zullen niet EU ondernemingen met een EU Btw-nummer vanaf 1 januari 2019 niet langer uitgesloten zijn van de MOSS regeling.

Te verwachten wijzigingen tegen 2021.
Naast de hierboven omschreven wijzigingen, met een focus op online diensten, liggen er nog een heleboel andere voorstellen op de plank. Zo is het de bedoeling dat de MOSS regeling vanaf 1 januari 2021 verder uitgebreid zal worden naar de grensoverschrijdende verkoop van goederen (vb. de webshops) en zullen de huidige drempels voor verkopen op afstand afgeschaft worden. Voor verkoopplatformen van goederen zullen nieuwe Btw regels gelden en op vlak van tarifering kunnen we ons aan een grondige hervorming verwachten. Verder zal de vrijstellingsdrempel van 22 € voor invoer van kleine zendingen worden afgeschaft en zal ook hier van een MOSS aangifte gebruik kunnen gemaakt worden.

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Waardering vruchtgebruik

18/07/2018 Er werd de laatste jaren al veel gezegd en geschreven over de waardering vruchtgebruik van panden in vennootschappen. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek en de huidige tendensen.

Lees meer

De Btw Administratie wordt milder in haar boetes

16/07/18 Al jaren staat de btw-administratie gekend als een “boete-administratie”. De minste overtreding, zelfs ter goeder trouw gemaakt, wordt gesanctioneerd met zeer zware boetes. Dit geeft in de praktijk aanleiding tot vaak schrijnende situaties.

Lees meer

Tot 500 €/maand onbelast bijklussen

10/07/18 Werknemers die minimum vier/vijfde werken, zelfstandigen in hoofdberoep en gepensioneerde kunnen tot 500 € per maand onbelast bijverdienen binnen het verenigingswerk, bij diensten van burger aan burger of in de deeleconomie. Op jaarbasis gaat het om maximaal 6.000,00 €.

Lees meer