2e wagen op de zaak niet langer evident

10/06/17 Zolang er een voordeel van alle aard werd berekend, maakte de fiscaal controleur meestal geen probleem van een tweede wagen in de zaak. Doch dit wordt steeds minder evident.

De fiscale administratie oordeelt immers steeds vaker dat u niet zomaar, door middel van extra kosten (onderhevig aan een voordeel alle aard), uw wedde kan verhogen, tenzij deze verhoging verantwoord is. Indien deze hogere wedde niet verantwoord is, zal de administratie deze kosten niet langer aanvaarden. Het Hof van Beroep te Antwerpen volgt hierin de administratie.

Het Hof oordeelde dat indien een vennootschap haar bedrijfsleider twee bedrijfswagens ter beschikking stelt, zij de kosten van de extra wagen slechts kan aftrekken indien deze verloning beantwoordt aan werkelijke prestaties van de bedrijfsleider. In casu had de vennootschap twee personenwagens in leasing genomen en ter beschikking gesteld van de bedrijfsleider. De fiscale administratie was slechts bereid de kosten van één wagen te aanvaarden. Het Hof stelde de administratie in gelijk. Een kost welke wordt gemaakt om een belastbaar voordeel alle aard toe te kennen (bezoldigingstheorie) is dus niet langer automatisch als beroepskost aftrekbaar, doch moet voldoen aan de algemene aftrekbaarheidsvoorwaarden (art. 49).

Tot nu toe was bovenstaande rechtspraak enkel voorgekomen in verband met woningen die door de vennootschap ter beschikking werden gesteld van de bedrijfsleider. En waarbij deze kosten, ondanks het voordeel alle aard berekend op naam van de bedrijfsleider, soms alsnog werden verworpen.

Er ontstaat dus een trend waarbij er dient bewezen dat tov de kosten van voordelen alle aard werkelijke prestaties staan (en dus een beroepskarakter hebben). Een bewijs dat, verwijzend naar recente rechtspraak, steeds moeilijker valt te leveren. In grote vennootschappen is er meestal nog een strak loonbeleid waarbij de hoogte van de diverse verloningen is onderbouwd en het logisch is dat aan werknemers of bestuurders niet zomaar extra voordelen worden toegekend. In een kleinere onderneming (waar aandeelhouder en bedrijfsleider vaak dezelfde persoon zijn) is dit helaas minder evident. Kosten waarvoor een voordeel alle aard wordt berekend, en waarop de bedrijfsleider dus wordt belast, lopen dus steeds meer het risico alsnog te worden verworpen en bijgevolg een tweede maal te worden belast.

Meer tips & tricks ?  Lees dan ook onze andere artikels : lees meer.

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

De bv in het nieuwe vennootschapsrecht

15/04/19 De vertrouwde vennootschapsvorm bvba wordt in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV), van toepassing vanaf 01 mei 2019, een bv (besloten vennootschap). De nieuwe vennootschapsvorm voor kleine en (middel)grote ondernemingen.

Lees meer

Bijkomende heffing bedrijfsleiders afgeschaft

05/04/2019 Neem je een te lage bezoldiging uit je vennootschap, dan verlies je niet alleen het voordeel van het verlaagde tarief vennootschapsbelasting, maar betaal je bovendien binnen de vennootschap een bijkomende heffing van 5,1% op het bedrag dat je te weinig nam aan bezoldiging. Deze bijkomende heffing is nu afgeschaft.

Lees meer

De notionele interestaftrek, anno 2019

28/03/19 De “aftrek voor risicokapitaal” of zogenaamde “notionele interestaftrek” is een maatregel waarmee alle ondernemingen onderworpen aan de vennootschapsbelasting een aftrek van hun belastbaar inkomen kunnen toepassen in de vorm van een fictieve rente die wordt berekend op basis van hun eigen vermogen.

Lees meer