Beleggen in een DBI-bevek
06/02/26 Als bedrijfsleider kan je cashoverschotten binnen je vennootschap beleggen in een DBI-bevek. Wijzigende wetgeving maakt dat je meer aandacht moet hebben voor de fiscaliteit van dit product.
Het voordeel om als vennootschap te beleggen in een DBI-bevek, in vergelijking met een klassiek aandelenfonds, is vooral het fiscaal gunstregime: dividenden en meerwaarde op de aandelen van de bevek zijn in principe niet belastbaar binnen de vennootschap. De vrijstelling hangt af van de DBI-coëfficiënt, maar die bedraagt vaak meer dan 95%. Bovendien zijn er geen complexe voorwaarden om te kunnen genieten van deze vrijstelling. In tegenstelling tot de directe DBI-aftrek (die wordt gebruikt om de dividenden van dochterondernemingen onbelast te ontvangen), hoeft bij een belegging in een DBI-bevek, de vennootschap niet te voldoen aan strikte participatie- en permanentievoorwaarden.
Op de uitgekeerde dividenden wordt wel 30% roerende voorheffing ingehouden, maar die kan de vennootschap in principe volledig verrekenen met haar vennootschapsbelasting.

Noot: DBI staat voor “Definitief Belast Inkomsten” en heeft als doel te voorkomen dat inkomsten dubbel worden belast. Winsten die reeds belast werden bij de dochteronderneming, worden hierdoor niet opnieuw belast wanneer ze als een dividend doorstromen naar de moedervennootschap. Om in aanmerking te komen voor de DBI-aftrek moet je o.a. voldoen aan de "permanentievoorwaarde" (aandelen moeten minsten één jaar worden aangehouden), de participatievoorwaarde" (je hebt minstens 10% van de aandelen of een minimale aanschaffingswaarde in je bezit) en de "taxatievoorwaarde" (de uitkerende vennootschap is onderworpen aan een normaal belastingregime).
Vanaf Aanslagjaar 2026 wordt er echter een afzonderlijke belasting van 5% ingevoerd op de gerealiseerde meerwaarde bij de verkoop van de aandelen van een DBI-bevek aan derden. Gelukkig bestaat zo’n “verkoop” vaak uit een “inkoop” door de DBI-bevek zelf. Technisch gezien is de meerwaarde dan een “inkoopbonus”, een soort van dividend waarop deze 5% belasting niet van toepassing is en waarover er ook geen roerende voorheffing wordt ingehouden. Over de uitkering van dividenden is deze nieuwe belasting niet van toepassing.
Een tweede wijziging is dat de verrekening van de 30% roerende voorheffing die wordt ingehouden op uitgekeerde dividenden afhankelijk gemaakt aan het toekennen van een minimumbezoldiging (lees meer) aan een bedrijfsleider. Wanneer geen enkele bedrijfsleider-natuurlijk persoon deze minimum bezoldiging ontvangt, dan is de ingehouden roerende voorheffing niet langer verrekenbaar. In dat geval kan je er ook voor opteren om het dividend te laten belasten in de vennootschapsbelasting aan 25% om alsnog deze roerende voorheffing te mogen verrekenen. Dit levert dan nog een beperkt voordeel op door het verschil in tarief.
Ben je van plan om binnen je vennootschap te beleggen, dan is het aangewezen dit voorafgaandelijk te bespreken met je accountant. Zo kan het beleggen in aandelen immers een directe invloed hebben op het tarief vennootschapsbelasting dat van toepassing is binnen jouw vennootschap. Te vaak volgen ondernemers het goedbedoelde advies van hun bankier om hun cashoverschotten te laten renderen op de beurs, zonder stil te staan bij de eventuele fiscale nadelen van deze beslissing.
Meer tips & tricks ?
Lees meer