Bijkomende heffing bedrijfsleiders afgeschaft

05/04/19 Neem je een te lage bezoldiging uit je vennootschap, dan verlies je niet alleen het voordeel van het verlaagde tarief vennootschapsbelasting, maar betaal je bovendien binnen de vennootschap een bijkomende heffing van 5,1% op het bedrag dat je te weinig nam aan bezoldiging. Deze bijkomende heffing is nu afgeschaft.

In de nacht van donderdag op vrijdag keurde de kamer nog een resem voorstellen goed.  Mbt bedrijfsleiders werd beslist dat hun vennootschappen niet langer worden bestraft omdat hun bedrijfsleider een te lage wedde haalt uit zijn vennootschap.

Bij de hervorming van de vennootschapsbelasting werd immers het minimumloon van bedrijfsleiders opgetrokken. Vroeger moest dat 36.000 euro bedragen, sinds 2018 moet dat 45.000 euro zijn als het bedrijf in kwestie wil genieten van het verlaagde tarief vennootschapsbelasting. Bij een te lage verloning kreeg de vennootschap bovendien een belastingverhoging van 5,1% procent aangerekend op het bedrag dat te weinig werd opgenomen als wedde bedrijfsleider. Kmo’s die nu niet aan de loonvereiste voldoen, krijgen nog steeds geen verlaagd tarief, maar de bijkomende verhoging wordt geschrapt.

Daar het bewuste wetsartikel volledig werd geschrapt, moet deze heffing ook over de winst van 2018 niet langer worden berekend.

Meer weten over deze minimum bezoldiging ? lees meer

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Liquidatiereserves vanaf 2020 optimaal uit te keren

27/01/20 Heb je in boekjaar 2014 een liquidatiereserve aangelegd, dan kan je deze vanaf dit jaar uitkeren aan het verlaagde tarief van 5% roerende voorheffing. Het is immers sinds boekjaar 2014 (aanslagjaar 2015) mogelijk om liquidatiereserves aan te leggen, wat wil zeggen dat in veel dossiers de wachttijd van 5 jaar is afgelopen.

Lees meer

Hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden bij werken in onroerende staat : de inhoudingsplicht

24/01/2020 De inhoudingsplicht geldt voor iedereen die door een (onder)aannemer werken in onroerende staat laat uitvoeren. Dit geldt bijgevolg voor de opdrachtgever, aannemer en onderaannemer. Enkel de natuurlijke persoon die louter voor privédoeleinden werken laat uitvoeren valt niet onder deze regeling.  Nog te vaak denkt de ondernemer of zelfstandige dat de regeling op hem niet van toepassing is omdat hij niet actief is in de bouwsector, niet beseffend dat hij waarschijnlijk wel ergens een onderhouds- of reinigingsovereenkomst heeft afgesloten dat een (gelijkgesteld) werk in onroerende staat blijkt te zijn. 

Lees meer

Vanaf wanneer is een vennootschap “groot”

20/01/20 De grootte van uw vennootschap heeft een invloed op veel wettelijke verplichtingen en fiscale maatregelen. De materie is echter complexer dan dat ze op het eerste zicht lijkt.

Lees meer