Dagvergoeding voor binnenlandse dienstenreizen verhoogd

17/04/20 Ook als bedrijfsleider kan je aanspraak maken op het forfait “binnenlandse dienstreizen” als je de voorwaarden respecteert.

De fiscus aanvaardt immers dat de onkostenvergoeding voor binnenlandse dienstreizen forfaitair bepaald wordt. Het betreft de terugbetaling van verblijfkosten die een werknemer of bedrijfsleider maakt tijdens beroepsverplaatsingen binnen België.  Verblijfskosten zijn de kosten die je maakt omdat je op verplaatsing niet gebruik kan maken van de faciliteiten van het bedrijf (maaltijdkosten, drank, toilet,..).  De kosten van de eigenlijke verplaatsing zelf (auto, openbaar vervoer,…) kunnen apart worden ingebracht.

Om recht te hebben op deze vergoeding moeten volgende voorwaarden cumulatief worden nageleefd :

  • De verplaatsing duurt minimaal 6 uren. De duur van de dienstreis wordt berekend vanaf het vertrek op de plaats van tewerkstelling tot de terugkeer op de plaats van tewerkstelling.  Tenzij rechtstreeks vanuit de woonplaats wordt vertrokken of teruggekeerd.
  • De verplaatsing geeft er geen aanleiding toe dat je bedrijf, of een derde, de kost van de maaltijd op zich neemt.  Wanneer bv. een gratis maaltijd wordt aangeboden door je leverancier, klant, seminariecenter,.. kan je dit forfait niet toepassen.  Wanneer je maaltijdcheques ontvangt moeten deze in mindering worden gebracht van dit forfait.
  • De regel dat de afstand minstens 25 km moet bedragen vanaf de vaste plaats van tewerkstelling is enkel van toepassing op ambtenaren, niet op werknemers en bedrijfsleiders uit de privé sector.

Het bedrag van de dagvergoeding werd op 01 april 2020 geïndexeerd naar 17,41 €/dag.

Een maandelijkse forfaitaire vergoeding (bv. voor personeelsleden die een reizende functie uitoefenen) mag nooit meer bedragen dan 16 keer deze dagvergoeding.  En hoewel het een forfait betreft, kan deze natuurlijk enkel worden toegekend voor de dagen dat je een werkelijke verplaatsing kan aantonen.

De 40 dagen regel : ben je in één jaar 40 dagen of meer aanwezig op een bepaalde plaats (bv. bij een klant), dan is die plaats volgens de fiscus een “vaste plaats van tewerkstelling”.  En het forfait voor binnenlandse dienstreizen kan niet worden toegepast wanneer je je verplaatst naar zo’n “vaste plaats van tewerkstelling”.  Deze 40 dagen regel is trouwens enkel indicatief.  Zo heeft de rechtbank de fiscus al in zijn gelijk gesteld toen werd opgeworpen dat er in sommige gevallen ook sprake kan zijn van een vaste plaats van tewerkstelling, zelfs indien de belastingplichtige daar geen 40 dagen aanwezig was.  Bv. voor een aannemer zullen de verschillende werven een vaste plaats van tewerkstelling zijn, waarbij dit forfait dus niet kan worden toegepast.

Er is ook een aanvullende dagelijkse forfaitaire vergoeding voor verblijfskosten indien je buiten je woonplaats moet blijven logeren naar aanleiding van je beroepsmatige verplaatsing.  Deze vergoeding werd (geïndexeerd op 01/04/20) vastgelegd op 130,58 € per nacht. Door gebruik te maken van dit forfait kan je natuurlijk niet langer de werkelijke kost hiervan inbrengen.

Wijk je af van bovenstaande voorwaarden (te hoog bedrag, geen 6 uur onderweg, 40 dagenregel,…) zal de vergoeding worden belast als een wedde.

Het staat je natuurlijk vrij om geen gebruik te maken van dit forfait en je werkelijke kosten te bewijzen.

Tenslotte melden we nog dat bovenstaande vergoeding niet toegepast kan worden voor eenmanszaken.  Zij moeten steeds de gemaakte kosten van deze dienstreizen bewijzen.

Meer tips & tricks ? Lees meer

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Coronacrisis: geen btw decembervoorschot in 2020

22/09/20 Sinds enkele jaren moeten alle btw-plichtigen jaarlijks voor 24 december een btw voorschot betalen.  Deze verplichting werd naar aanleiding van de corona crisis voor 2020 afgeschaft.

Lees meer

Belasting meerwaarde bij de verkoop van een gebouw

18/09/20 Bij een (snelle) verkoop van een gebouw in je privé ben je in sommige gevallen belastingen verschuldigd over de gerealiseerde meerwaarde.

Lees meer

2e wagen op de zaak niet langer evident

11/09/20 Zolang er een voordeel van alle aard werd berekend, maakte de fiscaal controleur er vroeger vaak geen probleem van dat er een tweede wagen werd ingeschreven in een vennootschap met slechts één bedrijfsleider.  Maar dat is de laatste jaren steeds minder evident geworden.

Lees meer