De investeringsaftrek, een noodzakelijke opfrissing

11/09/18 De investeringsaftrek is niet nieuw. Ze bestaat reeds sinds 1982, maar werd de laatste jaren niet vaak meer gebruikt omwille van de komst van de notionele interestaftrek. De wetgever is namelijk nooit grote fan geweest om beide voordelen te combineren. Nu de notionele interestaftrek echter zo goed als volledig vleugellam is gemaakt en in diezelfde wetgeving op de hervorming vennootschapsbelasting voor kleine vennootschappen de eenmalige gewone investeringsaftrek tijdelijk op 20% is gezet, wordt deze opnieuw interessant. We lijsten even de belangrijkste zaken voor u op.

1. Wat is een investeringsaftrek?

De investeringsaftrek is een fiscaal voordeel dat belastingplichtigen toelaat een deel van de winst vrij te stellen, ten belope van een bepaald percentage van de aanschaffings- of beleggingswaarde van in aanmerking komende investeringen.

U beslist om een nieuwe bestelwagen aan te schaffen van € 30 000,00, dan kan u (gespreid over vijf jaar) deze kost volledig van uw resultaat aftrekken. De investeringsaftrek van (op dit moment) 20% laat u bovendien toe om bovenop de reeds fiscaal aftrekbare aanschafwaarde 20% éxtra van uw resultaat af te trekken. Naast de afschrijvingen op deze bestelwagen, mag u in het jaar van aanschaf nog eens € 6 000,00 van uw winst vrijstellen.

2. Tijdelijke verhoging naar 20%

De eenmalige investeringsaftrek was met de komst van de notionele interestaftrek in aanslagjaar 2007 op 0 gezet. Dit wil zeggen dat de investeringsaftrek altijd is blijven bestaan, maar geen effectief voordeel opleverde. In 2014 en 2015 werd de investeringsaftrek voor kleine vennootschappen tijdelijk opnieuw verhoogd naar 4%, om vanaf 2016 opnieuw "permanent" op 8% te belanden. Alleen blijft de combinatie met de notionele interestaftrek niet toegestaan.

Voor investeringen die gebeuren in kalenderjaar 2018 of 2019, wordt het tarief van de gewone eenmalige investeringsaftrek tijdelijk verhoogd naar 20%.

3. Voorwaarden

Om toepassing te kunnen maken van de investeringsaftrek van 20% heeft de wetgever een aantal voorwaarden voorzien. De vennootschap moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Kleine vennootschap volgens art. 15 W.Venn.
  • De investering wordt uitsluitend voor de beroepswerkzaamheid in België gebruikt.
  • De investering gebeurt in (op ten minste 3 jaar) afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa
  • De activa zijn in nieuwe staat verkregen of tot stand gebracht

a. Investeringen die uitsluitend voor de beroepswerkzaamheid in België worden gebruikt

Investeringen die niet louter voor de beroepswerkzaamheid in België worden gebruikt komen dus niet in aanmerking voor de investeringsaftrek. In de wet is trouwens voorzien dat de investering rechtstreeks verband moet houden met de bestaande of geplande economische werkzaamheid die door de vennootschap werkelijk wordt uitgeoefend. Deze verduidelijking houdt in dat het niet volstaat dat de investering past binnen het maatschappelijk doel van de vennootschap. Ook vaste activa waarvan de waarde zou worden afgetrokken bij de berekening van de aftrek voor risicokapitaal worden voor de toepassing van de investeringsaftrek geacht geen betrekking te hebben op de economische activiteit.

In de memorie van toelichting over de invoering van de tijdelijke investeringsaftrek van 4% werd het voorbeeld gegeven van een artsenvennootschap die geen toepassing kan maken van de investeringsaftrek op de aankoop van een appartement aan zee. Zelfs indien het maatschappelijk doel dergelijke investeringen toelaat of omschrijft of indien er een voordeel van alle aard voor het gebruik ervan wordt aangerekend is de uitsluiting van toepassing.

Ook investeringen waarvan de kosten op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen worden uitgesloten.

Vaste activa die naast de beroepsactiviteit ook privé worden gebruikt, kunnen dus niet genieten van de investeringsaftrek. Een heel vaak voorkomende vraag is of een onroerend goed waarvan een gedeelte gebruikt wordt als woning van de investeringsaftrek kan genieten. In dergelijk geval mag de investeringsaftrek enkel worden toegepast met betrekking tot de lokalen en ruimten die uitsluitend voor de beroepswerkzaamheid worden gebruikt en die afgescheiden zijn van de privédelen.

b. Materiële of immateriële vaste activa

Het moet dus gaan om materiële en immateriële vaste activa. Hiervoor wordt eenvoudig verwezen naar de classificatie die aan investeringen wordt gegeven in de jaarrekening van vennootschappen. Dit wil zeggen dat oprichtingskosten en financiële vaste activa niet in aanmerking komen voor de investeringsaftrek.

c. In nieuwe staat [...]

De actief bestanddelen moeten in nieuwe stand zijn verkregen of tot stand gebracht. Wat betekent dat "nieuw" juist? De kwalificatie als "nieuw" voor bv. btw-doeleinden is op zich niet voldoende.

Een gebouw is voor btw-doeleinden namelijk nieuw tot en met 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van ingebruikname.

Voor materiële vaste activa moet dit zeer strikt bekeken worden. Dit wil zeggen dat de investering nog niet eerder gebruikt mag zijn. Voor bestaande gebouwen of voor gronden is er dus per definitie geen investeringsaftrek mogelijk.

Voor immateriële vaste activa is de voorwaarde iets toleranter. Om als nieuwe immateriële vaste activa in aanmerking te komen voor de investeringsaftrek volstaat het dat het immaterieel vast actief nog niet in België voor beroepswerkzaamheden wordt gebruikt. Als ik bijvoorbeeld een licentie overkoop van een ander bedrijf om de productie van een bepaald beschermd product in België verder te zetten, dan heb ik geen recht op de investeringsaftrek voor de investering in deze licentie. Koop ik een licentie voor de productie van een beschermd product in België op te starten, zonder dat deze licentie in België al gebruikt is geweest, komt de aankoop van deze licentie bijvoorbeeld wel in aanmerking voor de investeringsaftrek. (zie Com.IB 1992, nr. 68/16, eerste alinea)

Het feit dat de immateriële vaste activa nog niet in België voor de beroepswerkzaamheid mogen gebruikt zijn, wordt echter zeer breed bekeken. Cliënteel, goodwill enz. die geleidelijk is opgebouwd bij een ondernemer, maar nooit op de balans vermeld is geweest, zal voor deze doeleinden niet als nieuw worden aanzien. Er kan dus geen investeringsaftrek worden genoten op de overdracht van een handelsfonds, cliënteel, goodwill, verzekeringsportefeuille etc. (zie Com.IB. 1992, nr. 68/16, laatste alinea - Brussel 19/10/1989)

d. [...] verkregen of tot stand gebracht

Het gaat dus niet enkel over aangekochte activa. Geruilde, geschonken, ingebrachte (zie Com.IB nr. 68/55) of vervaardigde actief bestanddelen komen eveneens in aanmerking.

e. Investeringen van het jaar of boekjaar

De investeringsaftrek is van toepassing op activa verkregen of tot stand gebracht tijdens het boekjaar waaraan het aanslagjaar verbonden is. Voor de meeste aankopen is dit vrij duidelijk, maar voor investeringen in vastgoed is dit iets minder logisch. Wanneer mag de investeringsaftrek worden toegepast bij de bouw van een nieuw bedrijfsgebouw?

Voor activa in aanbouw mag de investeringsaftrek worden toegepast voor het jaar of boekjaar waarin de vooruitbetalingen en de activa in aanbouw als materiële of immateriële vaste activa moeten worden geboekt, ongeacht de keuze inzake aanvang van afschrijvingen (zie Com.IB 1992, nr. 68/17 & PV 811 dd. 5/08/1991).

Kortom, vaak zien we 2 mogelijkheden hoe de boekhoudkundige verwerking van een (voor de investeringsaftrek uiteraard uitsluitend beroepsmatig gebruikt) onroerend goed verloopt:

  • Ofwel via individuele lijnen (per ontvangen factuur) rechtstreeks geboekt op de 22-rekeningen met individuele afschrijvingen per lijn.
  • Ofwel via activa in aanbouw en een integrale overboeking op 1 lijn naar de 22-rekening wanneer de bouw werkzaamheden zijn voltooid.

In situatie 2 mag de investeringsaftrek worden toegepast op het moment dat de overboeking naar de 22-rekening gebeurt. In het eerste geval mag de investeringsaftrek op worden toegepast op het moment dat de volledige bouwwerkzaamheden zijn afgelopen en op het moment dat (moest er gekozen zijn voor situatie 2) de overboeking naar de 22-rekeningen zou mogen gebeuren. De investeringsaftrek zal voor een aantal lijnen in de eerste situatie, slechts mogen toegepast worden in een van de daaropvolgende jaren.

f. Uitgesloten activa

Bovendien worden er een heel aantal zaken uitgesloten om fiscaal misbruik tegen te gaan.

1. Vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht om het recht van gebruik ervan aan een derde over te dragen bij leasing, erfpacht, opstal of gelijkaardige onroerende rechten.

Deze uitsluiting heeft betrekking op de gevallen waarbij de vaste activa in principe afschrijfbaar zijn bij de houder van het gebruiksrecht van het gebouw. Bijvoorbeeld een leasingcontract waarbij de geleasde goederen afschrijfbaar zijn in hoofde van de leasingnemer en niet bij de leasinggever. Door de uitsluiting van deze activa wordt voorkomen dat de leasinggever toepassing zou maken van de investeringsaftrek, om daarna tevens een investeringsaftrek op te leveren bij de leasingnemer.

2. Vaste activa waarvan het gebruik anders dan op de wijze hierboven vermeld aan derden is afgestaan.

Deze uitsluiting zorgt ervoor dat de investeringsaftrek niet (onrechtstreeks) kan worden genoten door personen waarvoor de investeringsaftrek niet bedoeld is. Een particulier kan bij de aankoop van een woning of appartement voor privé-doeleinden niet genieten van de investeringsaftrek. Indien een vennootschap deze aankoop zou doen, en het appartement of de woonst zou verhuren aan de privé-persoon en hiervoor een investeringsaftrek zou kunnen worden genoten, zou het voordeel toch onrechtstreeks verkregen kunnen worden. Om dit oneigenlijk gebruik te vermijden worden activa waarvan het gebruiksrecht aan derden (algemeen) wordt afgestaan, uitgesloten.

Reeds in het verleden werd door het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat deze uitsluiting discriminerend was omdat de middelen niet evenwaardig waren aan hun doel. Bijgevolg werd door de wetgever een tempering voorzien door te stellen dat de vaste activa wel in aanmerking komen voor de investeringsaftrek voor zover het gebruik is afgestaan aan een natuurlijk persoon of kmo die zelf toepassing zou kunnen maken van de investeringsaftrek mocht hij eigenaar zijn van het goed. Zo tracht men te voorkomen dat belastingplichtigen die voor de aftrek in aanmerking komen worden aangesproken om de vaste activa te verwerven en vervolgens te verhuren aan belastingplichtigen die buiten het toepassingsgebied van deze maatregel vallen zoals bijvoorbeeld grote ondernemingen.

3. Personenauto's en auto's voor dubbel gebruik

Personenwagens komen niet voor de investeringsaftrek in aanmerking. Deze beperking geldt echter niet voor de wagens van een erkende autorijschool die uitsluitend voor deze activiteit worden aangewend en wagens die uitsluitend gebruikt worden voor taxidiensten of verhuur met bestuurder.

4. Gebouwen aangeschaft voor wederverkoop

Gebouwen die worden aangeschaft en die bedoeld zijn voor een wederverkoop (door bijvoorbeeld een immo-makelaar of een project-ontwikkelaar) komen niet voor de investeringsaftrek in aanmerking.

5. Bijkomende kosten

Bijkomende kosten die bij de aankoop van een actiebestanddeel worden opgelopen komen enkel in aanmerking voor de investeringsaftrek indien het actiefbestanddeel waarop de bijkomende kosten betrekking hebben eveneens in aanmerking komt voor de investeringsaftrek én op voorwaarde dat de bijkomende kosten mee worden geactiveerd en volgens hetzelfde ritme als het hoofdbestanddeel worden afgeschreven.

4. Verhoogde investeringsaftrek

Voor bepaalde investeringen geldt er bovendien een "verhoogde" investeringsaftrek. In 2018 en 2019 is deze verhoogde investeringsaftrek (voor 2018: 13,5%) echter minder dan de gewone investeringsaftrek voor kleine vennootschappen.

Hierdoor is het interessanter om in bepaalde gevallen toch voor de gewone investeringsaftrek te opteren.

Om deze keuze correct en juist te kunnen maken, moeten de verschillen tussen beide scenario's worden bekeken.

Stel dat we investeren in zonnepanelen op ons kantoorgebouw, waarvoor zowel de gewone investeringsaftrek als de verhoogde investeringsaftrek in aanmerking komen. Dan zijn de onderstaande punten belangrijk om in het oog te houden bij het beslissingsproces:

https://static.wixstatic.com/media/40f792_973311b916ec454aa93dcd55cde63072~mv2.png/v1/fit/w_718,h_105,al_c,q_5/file.jpg

5. Besluit

De investeringsaftrek is een zeer interessante maatregel, zeker voor investeringen gedaan door kleine vennootschappen in 2018 en 2019. Zeker gelet op het feit dat de notionele interestaftrek amper nog voordeel oplevert.

Dit artikel werd geschreven door de experten van TaxQuest. Meer weten ? Zie www.taxquest.be

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Verwerk je beroepskosten in het juiste (boek)jaar

14/08/19 Uw accountant blijft er vaak op aandringen om die ontbrekende aankoopfacturen zo snel mogelijk te krijgen. En dat heeft zo zijn redenen.

Lees meer

Aftrekbaarheid receptiekosten bij een publicitair event

30/07/19 Volgens de letter van de wet zijn beroepsmatig gedane receptiekosten slechts voor 50% aftrekbaar. Er bestaat sinds lange tijd discussie over de vraag of die aftrekbeperking ook geldt als de receptiekosten worden gemaakt in het kader van een publicitair evenement. Behouden deze kosten de aard van receptiekosten, ook als ze een publicitair doel hebben? Of vallen ze onder een 100% fiscale aftrekbaarheid vanwege het publicitair karakter?

Lees meer

Aangekondigde controleacties door de fiscus

08/07/19 Net als de voorbije jaren publiceert de fiscus een aantal controleacties die gepland of lopende zijn. Daarmee willen ze er u “via een constructieve samenwerking toe aanzetten om uw fiscale verplichtingen correct na te komen”. Belastingplichtigen hebben hierdoor een betere inschatting of er door de belastingdienst mogelijks een vraag om inlichtingen zal worden verstuurd of er een fiscale controle zal worden uitgevoerd in hun dossier.

Lees meer