Dividenden versneld uitkeren aan 18% roerende voorheffing
13/05/26 Onder bepaalde voorwaarden hoef je geen 30% toe te passen, maar kan je dividenden uitkeren aan 18% roerende voorheffing. In de VVPR-bis regeling is één van die voorwaarden dat je minstens 3 jaar moet wachten na het jaar van oprichting. Of toch niet?
Vennootschappen die na 1 juli 2013 zijn opgericht passen voor de dividenduitkering vaak de VVPR-bis regeling toe. Bij het naleven van de voorwaarden (lees meer) daalt hierdoor de in te houden roerende voorheffing immers van 30% naar 18%. Dit verlaagde tarief kan je toepassen vanaf de winstverdeling (lees afsluiting boekjaar) van het derde boekjaar volgend op dat van het jaar van de inbreng of oprichting. Tot voor kort bedroeg dat laatste tarief slechts 15%, maar dit werd recent op getrokken tot 18% (lees meer).
Voorbeeld: werd je vennootschap opgericht in 2024 en het eindigt je eerste boekjaar op 31/12/2024, dan zal een dividenduitkering in 2028 (resultaatverdeling boekjaar 2027) of later vallen onder het laagste tarief van 18% roerende voorheffing. Dit verlaagd tarief is meteen van toepassing op alle winsten die sinds de opstart werden opgebouwd.
De fiscus aanvaardt dat deze lagere tarieven ook mogen worden toegepast bij een interim- of tussentijds dividend dat tijdens het laatste boekjaar van deze termijnen wordt uitgekeerd. Een interim-dividend (een “voorschot” beslist door de raad van bestuur) wordt aangerekend op het resultaat van het lopende boekjaar of het voorgaande boekjaar waarvan de jaarrekening nog niet is goedgekeurd. Een tussentijds dividend (beslist door de bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders) wordt in principe gehaald uit de opgebouwde winsten van vorige boekjaren. Dus als de aandeelhouders na de statutaire jaarvergadering beslissen om nog een extra dividend uit te keren, dan wordt dit dividend niet toegewezen aan de resultaatverdeling van het afgelopen boekjaar, maar toegewezen aan de resultaatverdeling van het lopende boekjaar, en kan er desgevallend reeds een lager tarief worden toegepast.
Wanneer in ons eerder voorbeeld wordt beslist om in juli 2027 een tussentijds dividend uit te keren (= na de datum statutaire jaarvergadering over 2026), dan kan hierop reeds het tarief van 18% roerende voorheffing worden toegepast. De toekenning van dividend wordt immers toegewezen aan de resultaatverdeling van 2027. Het is dus niet nodig te wachten tot de jaarvergadering van 2028 om van het lager tarief roerende voorheffing te kunnen genieten.
Opgelet, pas je het systeem van de liquidatiereserve toe kan je bovenstaande techniek niet gebruiken. Hier blijft het belangrijk dat de beslissing tot uitkering wordt genomen na het beëindigen van de volledige termijn van 3 of 5 jaar (lees meer).
Twijfel je wat te doen? Bespreek met je accountant wat mogelijk is in jouw dossier om te komen tot de meest optimale beslissing.
Meer tips & tricks?
Lees meer