Extra voorwaarde bij uitkering van auteursrechten aan de bedrijfsleider

29/10/19 Bedrijfsleiders keren zich maar al te graag een vergoeding voor auteursrechten uit.  Hoeveel fiscaal aanvaardbaar is blijft een moeilijke evenwichtsoefening. In een recente ruling legt de fiscus een bijkomende voorwaarde op.

Auteursrechten kunnen worden vergoed bij de “(con)cessie van rechten beschermd door auteursrecht”.  Het moet gaan om een creatieve activiteit, uitgedrukt in een concrete vorm en moet origineel zijn.  Dus in de mate dat de creaties van ondernemers en hun medewerkers auteursrechtelijk beschermd zijn, kan de vennootschap een vergoeding toekennen voor de overdracht van deze auteursrechten van de natuurlijk persoon aan de onderneming.  Waar de wet initieel was geschreven op maat van de kunstensector, wordt de toepassing ervan steeds ruimer geïnterpreteerd (architecten, ontwerpers, programmeurs,...).   Lees mbt de voorwaarden ook het artikel "Auteursrechten een opportuniteit?"

Over hoeveel deze vergoeding kan bedragen bestaan geen duidelijke wettelijke criteria, waardoor er vaak wordt verwezen naar rulings (gepubliceerde voorafgaandelijke akkoorden met de fiscus) als richtlijn.  In deze rulings vallen immers enkele patronen te ontdekken.  Zo mag de auteursvergoeding voor de bedrijfsleider vaak niet meer bedragen dan 50% van het resultaat van het boekjaar voor belastingen en voor aanrekening van deze vergoeding.  Indien de vergoeding voor auteursrechten toch meer bedraagt, moet deze worden beperkt. Evenwel zonder dat deze vergoeding minder moet bedragen dan 5% van de netto-omzet die aanleiding gaf tot de creatie van het auteursrechtelijk beschermd werk.

Tevens wordt in de rulings vaak bepaald dat de bedrijfsleider zich een gewone bezoldiging moet uitkeren die minimaal gelijk is aan het referentiebedrag art. 215 WIB1992 : de minimale bedrijfsleidersbezoldiging welke moet uitgekeerd wanneer de vennootschap in aanmerking wil komen voor het verlaagd tarief vennootschapsbelasting (lees meer).  Deze referentiebezoldiging bedraagt momenteel 45.000 €.  Bedraagt de bezoldiging minder, dan moet de vergoeding van auteursrechten opnieuw worden beperkt tot 5% van bovenstaande netto-omzet.  Bovendien mag de vergoeding voor auteursrechten nooit de klassieke wedde voor uitgevoerde prestaties vervangen.

In een recente ruling is er sprake van een bijkomende voorwaarde : "In elk geval, en rekening houdend met de beschreven omstandigheden, mag de auteursrechtenvergoeding van elke bedrijfsleider, berekend op basis van het omzetcijfer van een welbepaald jaar, het tweevoud van het gemiddelde van de auteursrechtenvergoedingen dat de huidige en toekomstige werknemers, freelancers en zelfstandige onderaannemers in de loop van hetzelfde jaar ontvangen voor de cessie van hun auteursrechten, niet overschrijden.  Dit geldt van zodra minimaal 1 creatieve voltijds equivalent (tewerkgestelde werknemer + freelancer + zelfstandige onderaannemer) prestaties levert waarvoor een vergoeding voor auteursrechten wordt toegekend".  Voorbeeld : stel dat het gemiddelde van de vergoedingen voor auteursrechten aan werknemers, zelfstandige medewerkers, enzovoort, in de loop van het jaar gelijk is aan 4.500 EUR, dan mag de "maximale auteursrechtenvergoeding" waarop elke bedrijfsleider (berekend op basis van het omzetcijfer van dat jaar) aanspraak kan maken, niet hoger zijn dan € 4.500 x 2 = € 9.000.  Dus een bijkomende voorwaarde waarmee de overheid wenst te betrachten dat bedrijfsleiders aan de verleiding weerstaan hun vergoeding voor de overdracht van auteursrechten te overdrijven.

Meer tips & tricks ? Lees meer

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Liquidatiereserves vanaf 2020 optimaal uit te keren

24/01/20 Heb je in boekjaar 2014 een liquidatiereserve aangelegd, dan kan je deze vanaf dit jaar uitkeren aan het verlaagde tarief van 5% roerende voorheffing. Het is immers sinds boekjaar 2014 (aanslagjaar 2015) mogelijk om liquidatiereserves aan te leggen, wat wil zeggen dat in veel dossiers de wachttijd van 5 jaar is afgelopen.

Lees meer

Vanaf wanneer is een vennootschap “groot”

20/01/20 De grootte van uw vennootschap heeft een invloed op veel wettelijke verplichtingen en fiscale maatregelen. De materie is echter complexer dan dat ze op het eerste zicht lijkt.

Lees meer

Het nieuw wetboek vennootschappen vanaf 2020 ook voor bestaande vennootschappen

07/01/20 Vanaf 01 mei 2019 is het nieuwe wetboek vennootschappen (WVV) van toepassing op alle vennootschappen die sindsdien werden opgericht. Vanaf januari 2020 zijn er echter een hele resem dwingende bepalingen die moeten worden gevolgd door bestaande vennootschappen, ook al hebben die hun statuten nog niet aangepast naar deze nieuwe wetgeving.

Lees meer