Het nieuw wetboek vennootschappen vanaf 2020 ook voor bestaande vennootschappen

07/01/20 Vanaf 01 mei 2019 is het nieuwe wetboek vennootschappen (WVV) van toepassing op alle vennootschappen die sindsdien werden opgericht. Vanaf januari 2020 zijn er echter een hele resem dwingende bepalingen die moeten worden gevolgd door bestaande vennootschappen, ook al hebben die hun statuten nog niet aangepast naar deze nieuwe wetgeving.

Zo zal je vanaf januari 2020 de terminologie van het nieuwe wetboek moeten volgen.  Heb je bv. een bvba, dan zal je vanaf 2020, ook al werden je statuten nog niet aangepast aan het nieuwe wetboek, niet langer spreken van een “bvba”, maar van een “bv” (de opvolger van de bvba).  Niet van “vennoten” maar “aandeelhouders”.  Niet van “zaakvoerders” maar van “bestuurders”.

Nog belangrijker is dat je ook met je oude vennootschap vanaf 2020 de nieuwe regels van de winstuitkering moet volgen.  Zo is een dividend (maar ook een tantième, winstpremie, terugbetaling van inbreng,…. ) nog slechts mogelijk na het uitvoeren van een “solvabiliteitstest” en “liquiditeitstest” :

Solvabiliteitstest (door de algemeen vergadering) : geen enkele uitkering mag gebeuren indien het eigen vermogen negatief is of negatief zou worden als gevolg van de voorgenomen uitkering.

Liquiditeitstest (door het bestuursorgaan) : deze verplicht de bestuurders na te gaan of de vennootschap gedurende een periode van minstens 12 maanden na de uitkering nog in staat zal zijn haar opeisbare schulden te voldoen, rekening houdende met de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen.  Opgelet, deze liquiditeitstest valt onder de verantwoordelijkheid van de bestuurders, die hiervoor aansprakelijk zijn en hierover een (niet te publiceren) verslag moeten maken.  Indien de aandeelhouders beslissen dat er een dividend wordt uitgekeerd, kunnen de bestuurders de uitkering dus alsnog tegenhouden omdat de liquiditeitstest onvoldoende scoort.  Onterechte uitkeringen kunnen steeds worden teruggevorderd bij de aandeelhouders (ongeacht hun goede of kwade trouw).

Ook de regels van vaste vertegenwoordiging worden verstrengd.  Zo moet de vaste vertegenwoordiger van je bestuurder-vennootschap steeds een natuurlijk persoon zijn.  En mag deze natuurlijk persoon ook slechts eenmaal een bestuursmandaat opnemen in je vennootschap.  De situaties waarbij bestuurder Bvba X wordt vertegenwoordigd door Bvba Y, die wordt vertegenwoordigd door Mevr. Z zijn dus niet meer mogelijk (cascadeverbod).  Of de situatie waarbij je tweemaal in de raad van bestuur zit, enerzijds als vertegenwoordiger van je management vennootschap en anderzijds een als natuurlijk persoon (cumulverbod).  In de meeste vennootschapsvormen mag de bestuurder bovendien niet langer een werknemer zijn in de betrokken vennootschap.   Dit betekent dat sommige raden van bestuur misschien niet langer geldig zijn samengesteld en genomen beslissingen het risico lopen nietig te worden verklaard.

Sommige maatregelen staan wat verder van de dagelijkse werking en zullen worden opgevolgd door je boekhouder :

Zo wordt voor alle vennootschappen (uitgezonderd de Nv waar de verplichting van een minimum kapitaal van 61.500 € blijft bestaan) de term “kapitaal” afgeschaft.  Je accountant zal vanaf het nieuwe boekjaar je “kapitaal” en “wettelijke reserves” dan ook moeten overboeken naar een rekening “onbeschikbare inbreng” en “statutair onbeschikbare reserves”.  Via een statuten wijziging kan nadien deze inbreng desgewenst “beschikbaar” worden gemaakt, zodat deze in aanmerking komt voor uitkering.

En voor boekjaren die afsluiten vanaf 2020 zal er door je accountant een nieuw schema worden gebruikt voor de opmaak van je jaarrekening.

Bovenstaande zijn de meest in het oog springende wijzigingen, maar betreft natuurlijk slechts een zeer beperkt overzicht.  Er zijn immers nog heel wat dwingende bepalingen die vanaf januari van toepassing worden, maar waarmee je in de praktijk misschien niet zo vaak te maken krijgt : bv. de regeling van belangenconflicten, het regime van de bestuurdersaansprakelijkheid, neutralisering van onthoudingen bij stemming op de algemeen vergadering, een permanente alarmprocedure (wanneer de testen bovenaan dit artikel negatief zijn), enz.  Statutaire bepalingen die in strijd zijn met de dwingende bepalingen van het nieuwe wetboek worden als niet geschreven gehouden.  Aanvullende bepalingen van het nieuwe wetboek worden eveneens van toepassing, maar slechts in zoverre er geen andersluidende statutaire clausules zijn.  Voorbeeld : het nieuwe wetboek staat toe dat er in een NV nog slechts één bestuurder is.  Vermelden je statuten echter dat er steeds minstens 2 bestuurders moeten zijn, primeert dit laatste, tot dat je statuten worden aangepast.

Voor de volledigheid geven we nog mee dat alle bestaande vennootschappen voor 01 januari 2024 hun statuten in overeenstemming moeten laten brengen met het nieuwe wetboek.  In sommige dossiers kan het aangewezen zijn sneller actie te ondernemen.  Heb je bv. een CVBA (een vorm die wordt afgeschaft) zal je immers moeten beslissen of je nog aan alle voorwaarden voldoet om naar een CV te gaan, of een BV misschien beter geschikt is (zolang je trouwens je CVBA niet hebt omgevormd mag je de benaming CVBA blijven gebruiken).  In sommige sectoren of organisaties kan het dan misschien weer interessanter zijn om te vormen naar een NV omdat er hier, aangezien de kapitaalverplichting blijft bestaan, nog wel een winstuitkering kan gebeuren zonder dat er een liquiditeitstest moet worden uitgevoerd.

Voor bestaande Bvba’s is het in de meeste gevallen aangewezen om, in het kader van de VVPR-bis regeling (lees meer), eerst hun kapitaal te volstorten.  Dit kapitaal kan dan via de statuten wijziging “beschikbaar” worden gemaakt en nadien, onder bepaalde voorwaarden, terug uitgekeerd.

Heb je vragen of twijfels ?  Neem contact op met je accountant, jurist of notaris.

Nog slimmer worden ?  Lees meer

 

 

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Liquidatiereserves vanaf 2020 optimaal uit te keren

27/01/20 Heb je in boekjaar 2014 een liquidatiereserve aangelegd, dan kan je deze vanaf dit jaar uitkeren aan het verlaagde tarief van 5% roerende voorheffing. Het is immers sinds boekjaar 2014 (aanslagjaar 2015) mogelijk om liquidatiereserves aan te leggen, wat wil zeggen dat in veel dossiers de wachttijd van 5 jaar is afgelopen.

Lees meer

Hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden bij werken in onroerende staat : de inhoudingsplicht

24/01/2020 De inhoudingsplicht geldt voor iedereen die door een (onder)aannemer werken in onroerende staat laat uitvoeren. Dit geldt bijgevolg voor de opdrachtgever, aannemer en onderaannemer. Enkel de natuurlijke persoon die louter voor privédoeleinden werken laat uitvoeren valt niet onder deze regeling.  Nog te vaak denkt de ondernemer of zelfstandige dat de regeling op hem niet van toepassing is omdat hij niet actief is in de bouwsector, niet beseffend dat hij waarschijnlijk wel ergens een onderhouds- of reinigingsovereenkomst heeft afgesloten dat een (gelijkgesteld) werk in onroerende staat blijkt te zijn. 

Lees meer

Vanaf wanneer is een vennootschap “groot”

20/01/20 De grootte van uw vennootschap heeft een invloed op veel wettelijke verplichtingen en fiscale maatregelen. De materie is echter complexer dan dat ze op het eerste zicht lijkt.

Lees meer