Hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden bij werken in onroerende staat : de inhoudingsplicht

15/01/2020 De inhoudingsplicht geldt voor iedereen die door een (onder)aannemer werken in onroerende staat laat uitvoeren. Dit geldt bijgevolg voor de opdrachtgever, aannemer en onderaannemer. Enkel de natuurlijke persoon die louter voor privédoeleinden werken laat uitvoeren valt niet onder deze regeling.  Nog te vaak denkt de ondernemer of zelfstandige dat de regeling op hem niet van toepassing is omdat hij niet actief is in de bouwsector, niet beseffend dat hij waarschijnlijk wel ergens een onderhouds- of reinigingsovereenkomst heeft afgesloten dat een (gelijkgesteld) werk in onroerende staat blijkt te zijn. 

Wanneer van toepassing

De regeling is van toepassing op de zogenaamde “werken in onroerende staat”.  Maar niet alleen de eigenlijke werken in onroerende staat (het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken van een uit zijn aard onroerend goed) worden bedoeld,  maar ook de gelijkgestelde of oneigenlijke werken in onroerende staat zijn geviseerd.

Het betreft in ruime zin bv. de levering en installatie van  een airconditioning, sanitaire en elektrische installaties, specifieke keuken- of badkameruitrusting, wandbekleding of vloerbedekking.  Zeer belangrijk is dat niet alleen het plaatsen en het herstellen maar ook het onderhouden en het reinigen van deze goederen bedoeld wordt. Het verplichte jaarlijkse onderhoud van bijvoorbeeld een alarminstallatie is dus een werk in onroerende staat.

Let op: het gaat hier trouwens niet enkel om de traditionele bouwaannemers, ook schoonmaakfirma’s, onderhoudsfirma’s en bewakingsfirma’s vallen onder de inhoudingsplicht.

Inhoudingsplicht

Concreet dient de opdrachtgever die werken door een aannemer laat uitvoeren of een aannemer die werken door een onderaannemer laat uitvoeren, bij de betaling van de factuur steeds na te gaan of de medecontractant sociale of fiscale schulden heeft.

Indien op het moment van betaling van de factuur de medecontractant Rsz-schulden heeft, dient u 35 % van het factuurbedrag (excl. Btw) in te houden en door te storten naar de RSZ.

Indien op het moment van de betaling van de factuur de medecontractant fiscale schulden heeft, dient u 15 % van het factuurbedrag (excl. Btw) in te houden en door te storten naar de Fod Financiën.

Indien het factuurbedrag groter is dan 7.143 € mag de inhouding beperkt worden tot het reële bedrag van de schuld. De opdrachtgever vraagt hiertoe aan de medecontractant een attest af te leveren ter verduidelijking van het bedrag van de schulden.

De inhouding voor sociale schulden is volledig losgekoppeld van de inhouding voor fiscale schulden. Beiden moeten apart gecontroleerd worden. Of een medecontractant sociale of fiscale schulden heeft, kan opgezocht worden in de daartoe voorziene databank van de Rsz en van de Fod Financiën.   Zie “links” op onze site.

Sancties bij niet naleving

De inhoudingsplicht is veelal onbekend, doch verdient aandacht omwille van de mogelijke sancties die een opdrachtgever of aannemer boven het hoofd hangen.

Bij niet-inhouding in geval van sociale schulden riskeert de opdrachtgever/hoofdaannemer hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld voor de schulden van de medecontractant, voor 100 % van de prijs van de werken, excl. Btw. Bij fiscale schulden is de aansprakelijkheid beperkt tot 35 %. Wanneer u reeds omwille van sociale schulden hoofdelijk aansprakelijk wordt geacht, zal de fiscus u vrijstellen van aansprakelijkheid voor fiscale schulden, om een hoofdelijke aansprakelijkheid van meer dan 100 % te vermijden. Omgekeerd zal ook de Rsz uw aansprakelijkheid beperken tot 65 % van de prijs van de werken wanneer u reeds aansprakelijk bent geacht voor de fiscale schulden.

Indien de verplichte inhouding niet gebeurt en het bedrag niet wordt overgemaakt aan de diensten van de Rsz en/of fiscus, zal u alsnog het bedrag moeten betalen, vermeerderd met datzelfde bedrag, bij wijze van boete.

Ook voor schulden van onderaannemers !

De subsidiaire hoofdelijke “ketenaansprakelijkheid” voor werken in onroerende staat werd uitgebreid tot de opdrachtgever. De opdrachtgever wiens aannemer beroep doet op een andere aannemer kan worden aangesproken tot betaling van de sociale en fiscale schulden van deze onderaannemer. Het vermijden van deze aansprakelijkheid voor de keten is niet evident. De opdrachtgever kan immers niet elke (deel)betaling tussen zijn (onder)aannemers verifiëren.

Indien een van de (onder)aannemers sociale en/of fiscale schulden heeft en zijn contractant gaat over tot betaling zonder de inhoudingsplicht te respecteren is deze laatste, en mogelijk de hele keten, immers hoofdelijk aansprakelijk.   Een voorzichtig opdrachtgever zal dus aan zijn (onder)aannemer(s) opleggen dat met een (onder)aannemer geen overeenkomst mag worden afgesloten vooraleer hijzelf geverifieerd heeft of de voorgestelde (onder)aannemer onderworpen is aan de inhoudingsplicht. Het attest zal hij bij de overeenkomst voegen en bewaren. En de opdrachtgever kan zich bijkomend contractueel indekken in zijn relatie met zijn medecontractant. 

Voorzichtigheid is dus steeds geboden wanneer u, ook als bedrijf buiten de bouwsector, werken in onroerende staat laat uitvoeren.  Het systeem van de inhoudingsplicht is trouwens ook van toepassing in de sector van bewakings en/of toezicht diensten en in de vleessector.

Nog slimmer worden ? Lees meer

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Coronacrisis: geen btw decembervoorschot in 2020

22/09/20 Sinds enkele jaren moeten alle btw-plichtigen jaarlijks voor 24 december een btw voorschot betalen.  Deze verplichting werd naar aanleiding van de corona crisis voor 2020 afgeschaft.

Lees meer

Belasting meerwaarde bij de verkoop van een gebouw

18/09/20 Bij een (snelle) verkoop van een gebouw in je privé ben je in sommige gevallen belastingen verschuldigd over de gerealiseerde meerwaarde.

Lees meer

2e wagen op de zaak niet langer evident

11/09/20 Zolang er een voordeel van alle aard werd berekend, maakte de fiscaal controleur er vroeger vaak geen probleem van dat er een tweede wagen werd ingeschreven in een vennootschap met slechts één bedrijfsleider.  Maar dat is de laatste jaren steeds minder evident geworden.

Lees meer