Liquidatiereserves vanaf 2020 optimaal uit te keren

11/02/20 Heb je in boekjaar 2014 een liquidatiereserve aangelegd, dan kan je deze vanaf dit jaar uitkeren aan het verlaagde tarief van 5% roerende voorheffing. Het is immers sinds boekjaar 2014 (aanslagjaar 2015) mogelijk om liquidatiereserves aan te leggen, wat wil zeggen dat in veel dossiers de wachttijd van 5 jaar is afgelopen.

Via het systeem van de liquidatiereserve kan je als kmo je belastbare winst boeken op een afzonderlijke passiefrekening, mits betaling van 9,09% (10% op het netto bedrag) anticipatieve heffing. Na een wachttijd van 5 jaar kan deze winst dan uitgekeerd worden aan een tarief van 5% roerende voorheffing. Op die manier betaal je uiteindelijk slechts 13,64 roerende voorheffing op je dividend (100 delen door 1,1 = 90,91 netto aan te leggen in het jaar van winst, na 5 jaar nog te verminderen met 5% roerende voorheffing = 86,36 netto), in plaats van de gebruikelijke 30%. Het is dan ook evident dat dit systeem erg veel succes kent. Bedrijven die in 2014 deze wetgeving dadelijk hebben toegepast kunnen vanaf dit jaar (naar aanleiding van hun statutaire jaarvergadering) hun eerste dividend opnemen in dit systeem.

Heb je echter de intentie om één van de komende jaren te vereffenen, is het interessanter deze liquidatiereserve niet uit te keren. Als een kmo ontbonden en vereffend wordt is er immers geen roerende voorheffing meer verschuldigd op de aangelegde liquidatiereserve. De reeds betaalde heffing van 9,09% is dan ook de definitieve liquidatiebelasting. Opgelet, je vennootschap vereffenen om maximaal kunnen uit te keren om dan nadien verder gaan in een nieuwe vennootschap met dezelfde activiteit en personen wordt beschouwd als fiscaal misbruik.

Door het nieuwe wetboek vennootschappen is bij een bv en cv de uitkering van een liquidatiereserve wel onderhevig aan een solvabiliteits- en liquidatietest :

Solvabiliteitstest / Nettoactieftest (door de algemeen vergadering) : geen enkele uitkering mag gebeuren indien het eigen vermogen negatief is of negatief zou worden als gevolg van de voorgenomen uitkering.

Liquiditeitstest (door het bestuursorgaan) : deze verplicht de bestuurders na te gaan of de vennootschap gedurende een periode van minstens 12 maanden na de uitkering nog in staat zal zijn haar opeisbare schulden te voldoen, rekening houdende met de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen. Opgelet, deze liquiditeitstest valt onder de verantwoordelijkheid van de bestuurders, die hiervoor aansprakelijk zijn en hierover een (niet te publiceren) verslag moeten maken. Indien de aandeelhouders beslissen dat er een dividend wordt uitgekeerd, kunnen de bestuurders de uitkering dus alsnog tegenhouden omdat de liquiditeitstest onvoldoende scoort. Onterechte uitkeringen kunnen steeds worden teruggevorderd bij de aandeelhouders (ongeacht hun goede of kwade trouw).

Ter volledigheid : het systeem van liquidatiereserve is de tegenhanger van de VVPR-bis regeling die vaak wordt toegepast in nieuwe vennootschappen. Info over dit systeem vind je in volgend artikel : link.

Nog slimmer worden ? Lees meer

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Coronacrisis: geen btw decembervoorschot in 2020

22/09/20 Sinds enkele jaren moeten alle btw-plichtigen jaarlijks voor 24 december een btw voorschot betalen.  Deze verplichting werd naar aanleiding van de corona crisis voor 2020 afgeschaft.

Lees meer

Belasting meerwaarde bij de verkoop van een gebouw

18/09/20 Bij een (snelle) verkoop van een gebouw in je privé ben je in sommige gevallen belastingen verschuldigd over de gerealiseerde meerwaarde.

Lees meer

2e wagen op de zaak niet langer evident

11/09/20 Zolang er een voordeel van alle aard werd berekend, maakte de fiscaal controleur er vroeger vaak geen probleem van dat er een tweede wagen werd ingeschreven in een vennootschap met slechts één bedrijfsleider.  Maar dat is de laatste jaren steeds minder evident geworden.

Lees meer