Minimumbezoldiging bedrijfsleider 2026 stijgt naar 51.000 €
18/07/26 Om in aanmerking te komen voor het verlaagd tarief vennootschapsbelasting, moest een vennootschap in 2026 een bezoldiging van minstens 50.000 € bruto per jaar uitkeren aan één van haar bedrijfsleiders. Door toepassing van de indexering stijgt dit bedrag al vanaf dit jaar naar 51.000 € per jaar.
Om te genieten van het verlaagd tarief vennootschapsbelasting moet een vennootschap voldoen aan 4 voorwaarden (lees meer). Eén van die voorwaarden is het toekennen van een minimale bezoldiging (lees meer).
In veel gevallen heeft de bedrijfsleider er dan ook voor geopteerd om vanaf dit jaar zijn/haar wedde te verhogen van de vorige drempel van 45.000 € naar minstens 50.000 €/jaar. Deze drempel is inclusief eventuele voordelen van alle aard. Deze voordelen mogen bovendien vanaf dit jaar, indien forfaitair berekend, nog slechts maximaal 20% van deze wedde bedragen.
Omdat het indexeringsmechanisme al dadelijk van toepassing is, werd deze drempel voor boekjaar 2026 (aanslagjaar 2027) intussen verhoogd naar 51.000 € per jaar. In de meeste dossiers waarin werd geopteerd om vanaf januari 2026 de wedde van de bedrijfsleider aan te passen naar de drempelwaarde van 50.000 €/jaar, zal het dus nuttig zijn de wedde verder bij te sturen zodat voor 2026 op jaarbasis een wedde van 51.000 € wordt berekend. Indien er geen bijsturing plaatsvindt zou je immers alsnog geen beroep kunnen doen op het laagste tarief van de vennootschapsbelasting.
Door deze hogere drempel gaat er hoe dan ook een stuk optimalisatie verloren. Het goedkopere tarief op dividenden wordt dan immers gedeeltelijk vervangen door een minder voordelige wedde. Van een uitgekeerd dividend kan je tot 65,6% netto overhouden (na vennootschapsbelasting en roerende voorheffing), van dat extra loon vaak maar een 40% (na personenbelasting en sociale bijdragen). Exacte percentages zijn afhankelijk van je persoonlijke situatie.
Voor zelfstandigen die gebruik maken van een Ipt of Vapz heeft een hogere wedde wel als bijkomend voordeel dat er hierdoor ook meer kan worden opzijgezet in deze producten. Het maximale voordeel van het verlaagde tarief vennootschapsbelasting bedraagt overigens 5.000 €, je betaalt i.p.v. 25% slechts 20% belastingen op de eerste 100.000 € winst.
Het verder optrekken van je wedde is geen verplichting. Indien je je wedde niet verder wenst te verhogen kan het, vanuit fiscaal oogpunt, zelfs interessant zijn je wedde sterk te verlagen. Door je wedde te laten dalen bespaar je immers op de duurdere personenbelasting en sociale bijdragen. In sommige gevallen kan deze besparing, je wedde sterk verlagen en vervangen door meer dividend (weliswaar met verlies van het verlaagd tarief), zelfs een nog groter voordeel tot gevolg hebben dan een wedde verhoging naar de nieuwe drempel. Ook met een lagere wedde blijf je in orde met je sociale rechten (pensioen, ziekte verzekering), maar heb je natuurlijk slechts recht op een minimaal pensioen en zal extra sparen in een Ipt of Vapz misschien niet langer mogelijk zijn.
Meer dan ooit blijft je wedde een erg persoonlijke keuze. En elk dossier is anders. Niet elke bedrijfsleider behaalt jaarlijks 100.000 € winst, misschien is er in de privé nog een bijberoep met negatief effect op je personenbelasting, had je hoe dan ook geen recht op dat verlaagd tarief, geniet je nog van een vrijstelling omdat je nog in je eerste 4 jaar na opstart zit,….
Opgelet, deze minimumbezoldiging kan, naast het tarief vennootschapsbelasting, ook nog een effect hebben op de fiscaliteit van sommige beleggingen: lees meer.
Wat je ook beslist, niets doen is meestal de slechtste oplossing. Overleg bij twijfel met je accountant, die samen met jou kan bekijken wat de beste keuze is in jouw vennootschap.
Meer tips & trics ?
Lees meer