Vanaf 2018 minstens 45.000 Euro bezoldiging om te genieten van het verlaagd tarief vennootschapsbelasting

19/12/17 Om vanaf inkomstenjaar 2018 (aanslagjaar 2019) in aanmerking te komen voor het nieuwe verlaagd tarief vennootschapsbelasting (20% op de eerste schijf van 100.000 € fiscale winst) moet een vennootschap ten minste een bezoldiging van 45.000 €/jaar uitkeren aan één van haar bedrijfsleiders. Voor vennootschappen met een beperkte winst wordt een overgangsregeling voorzien.

Om dit verlaagd tarief te kunnen genieten moet de vennootschap kwalificeren als een “kleine vennootschap" in de zin van art. 15 Wetb. Vennootschappen (de jaarrekening wordt opgesteld volgens het Verkort Schema of Micromodel). En zoals voorheen mag de waarde van de aandelen die de vennootschap in eigendom heeft niet meer bedragen dan 50% van het eigen vermogen en moeten de aandelen van de vennootschap zelf voor minstens 50% in handen zijn van natuurlijke personen. De oude voorwaarde dat er geen dividend mag worden uitgekeerd (hoger dan 13% van het gestort kapitaal), om te kunnen genieten van het verlaagde tarief vennootschapsbelasting, is echter niet langer van toepassing. Deze verruimde kwalificatie maakt dat meer vennootschappen in aanmerking komen voor het nieuwe verlaagde tarief. Het wordt dan ook erg belangrijk een aangepaste bezoldiging te nemen om optimalisatie mogelijk te maken. Neem je een te lage bezoldiging, dan verlies je niet alleen dadelijk het kmo-statuut, en dus het voordeel van het verlaagde tarief, maar betaal je bovendien binnen de vennootschap een bijkomende heffing van 5% op het bedrag dat je te weinig nam aan bezoldiging. Deze bijkomende heffing is wel fiscaal aftrekbaar.

Samengevat is vanaf volgend jaar het verlaagde tarief van toepassing voor zover er binnen de (kleine) vennootschap ten laste van het boekjaar aan ten minste één bedrijfsleider een bezoldiging wordt toegekend die hoger is of gelijk aan 45.000 € of aan het belastbaar (fiscaal) inkomen van de vennootschap.

Voorbeelden :

  Hoogste Bezoldiging    Fiscale Winst Vennootschap     Verlaagd Tarief 
            45.000 €                 95.000 €                 Ja
            45.000 €                 40.000 €                 Ja
            20.000 €                 16.000 €                 Ja
            20.000 €                 21.000 €               Nee
                    0 €                 15.000 €               Nee


Deze regeling geeft dus aanleiding tot cijferwerk indien de (fiscale) winst van de vennootschap minder dan 45.000 € bedraagt.  Om te berekenen hoe hoog de minimale bezoldiging moet zijn, kan men vertrekken vanuit het fiscaal resultaat voor aftrek van die bezoldiging.  Door dat resultaat te delen door twee bekomt je het bedrag dat als bezoldiging moet worden toegepast.  De drang naar optimalisatie kan echter een ongewenst effect hebben : bij een belastingcontrole zal de fiscus deze maatregel immers toetsen op basis van de winst na onderzoek van de aangifte. Indien in de overgangsregeling wordt geopteerd de bezoldiging gelijk te trekken met de fiscale winst van het boekjaar, dan zal elke verhoging van deze winst (bv. door een kost te verwerpen), hoe klein ook, tot gevolg hebben dat de vennootschap het verlaagd tarief verliest (en de bijkomende heffing van toepassing wordt). Voorzichtigheid is dan ook geboden bij het bepalen van de wedde bedrijfsleider.

Het begrip bezoldiging : in de voorbereidende stukken van deze, nog te publiceren, nieuwe wetgeving vinden we geen informatie terug over het begrip bezoldiging. De administratieve commentaar daartegen spreekt uitdrukkelijk over een bruto bezoldiging voor aftrek van sociale lasten. Worden oa als bezoldiging aangemerkt volgens deze bepaling :

  • alle vaste of veranderlijke bezoldigingen;
  • voordelen van alle aard (wagen, door de vennootschap ten laste genomen sociale bijdragen, enz);
  • tantièmes die door de vennootschap worden toegestaan en ten laste worden gelegd van het betrokken boekjaar;
  • vergoedingen uitgekeerd naar aanleiding van de stopzetting mandaat bedrijfsleider;
  • geherkwalificeerde huurinkomsten;
  • alle bestanddelen die vanuit fiscaal oogpunt een bezoldiging vormen.

Opgelet, bv. de baten die een vrije beroeper ontvangt uit de vennootschap, naast zijn bezoldiging als bedrijfsleider, toegekende auteursrechten, commissielonen, terugbetaalde kosten,… komen niet in aanmerking als “bezoldiging”.

De vergoeding moet worden toegekend aan een bedrijfsleider, die een natuurlijk persoon is. Een bedrijfsleidersvergoeding aan de zaakvoerder “vennootschap” komt dus niet in aanmerking. Het WIB bepaalt immers dat een bedrijfsleider "een natuurlijk persoon is die in de vennootschap een werkzaamheid of leidende functie van dagelijks bestuur, van commerciële, technische of financiële aard uitoefent buiten een arbeidsovereenkomst".

De duur van het boekjaar heeft geen effect op deze maatregel. Er mag geen proportionele aanpassing gebeuren indien het boekjaar geen 12 maanden bedraagt.

Deze nieuwe maatregel is niet van toepassing op starters (de eerste 4 boekjaren van kleine vennootschappen).  Zij hoeven geen minimum bezoldiging op te nemen om  toch in aanmerking te komen te komen voor het verlaagd tarief.  Opgelet, wanneer de activiteit van de starter de voortzetting betreft van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijk persoon of rechtspersoon, is deze vrijstelling voor starters niet van toepassing.  In dit geval telt als startdatum immers de eerste inschrijving in de Kbo van de eenmanszaak of vorige rechtspersoon en moet de starter bijgevolg sneller de minimum bezoldiging opnemen om van het verlaagde tarief te kunnen blijven genieten.

De bijkomende heffing van 5% is niet enkel van toepassing op de kleine vennootschappen welke te weinig bezoldiging uitkeren om in aanmerking komen voor het verlaagde tarief.  Ook grote vennootschappen, welke hoe dan ook niet in aanmerking komen voor het verlaagde tarief, zijn deze bijkomende heffing verschuldigd wanneer de wedde bedrijfsleider ontoereikend is !  Voor starters is de bijkomende heffing (opnieuw eerste 4 boekjaren) niet van toepassing.

Bij verbonden ondernemingen waarvan ten minste de helft van de bedrijfsleiders dezelfde personen zijn in ieder van deze betrokken vennootschappen kan, om de hoogte van de bezoldiging te bepalen, het totaal van de door deze vennootschappen aan een van diezelfde personen gestorte bezoldigingen gezamenlijk in aanmerking worden genomen. Het totaal bedrag dat in dit geval moet worden ontvangen vanuit de verschillende vennoootschappen wordt op 75.000 € gebracht.  Opgelet, deze afwijkende drempel kan enkel worden gebruikt voor het vermijden van de bijkomende heffing, niet voor het bekomen van het verlaagde tarief.  We merken echter op dat de praktische invulling van deze uitzonderingsmaatregel zeer veel vragen oproept zodat het zal wachten zijn op verdere verduidelijking.

Voor de volledigheid melden we nog dat het “standaard” tarief vennootschapsbelasting van 33% vanaf volgend jaar (aanslagjaar 2019) zal dalen naar 29% en vanaf aanslagjaar 2021 naar 25%. De aanvullende crisisbijdrage daalt volgend jaar van 3% naar 2% (verlaagd tarief wordt volgend jaar dus, inclusief de crisisbijdrage, 20,40 %, gewoon tarief wordt 29,58 %). Tegen inkomstenjaar 2020 zou de crisisbijdrage volledig verdwijnen.

Nog meer weten ?  Lees ook onze andere artikels : lees meer.

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

De notionele interestaftrek, anno 2019

21/03/19 De “aftrek voor risicokapitaal” of zogenaamde “notionele interestaftrek” is een maatregel waarmee alle ondernemingen onderworpen aan de vennootschapsbelasting een aftrek van hun belastbaar inkomen kunnen toepassen in de vorm van een fictieve rente die wordt berekend op basis van hun eigen vermogen.

Lees meer

De btw-listing

12/03/19 Jaarlijks moeten btw-plichtige ondernemingen een klantenlisting indienen. Deze lijst bevat de Belgische btw nummers van de klanten aan wie uw onderneming diensten heeft verstrekt of goederen heeft geleverd voor een jaarbedrag van meer dan 250,00 euro.

Lees meer

Voorafbetalingen vennootschapsbelasting 2019 (aanslagjaar 2020)

06/03/19 Vennootschappen krijgen een belastingverhoging aangerekend als ze onvoldoende of geen voorafbetaling vennootschapsbelasting uitvoeren. Het tarief van deze verhoging bleef voor 2019 (aanslagjaar 2020) ongewijzigd.

Lees meer