Vanaf wanneer dividenden uitkeren aan 15% roerende voorheffing?

03/01/19 Onder bepaalde voorwaarden is het voor nieuwe vennootschappen mogelijk om dividenden uit te keren aan het verlaagd tarief van 15% roerende voorheffing i.p.v. aan het standaard tarief van 30% : de VVPR-bis regeling.

Een verlaagd tarief roerende voorheffing is maar van toepassing wanneer de dividenden aan volgende voorwaarden voldoen :

  1. Uitgekeerd door nieuwe aandelen op naam : door oprichting of kapitaalverhoging;
  2. Deze aandelen werden gecreëerd door een inbreng in geld vanaf 01/07/2013. Aandelen van voor deze datum, winstbewijzen, inbrengen in natura, preferente aandelen,… komen niet in aanmerking;
  3. Deze aandelen moeten ononderbroken in volle eigendom zijn behouden door de belastingplichtige vanaf de kapitaalinbreng. Wanneer het eigendom van de aandelen wijzigt gaat het voorkeurstarief in principe verloren;
  4. Uitgekeerd door een “kleine” vennootschap volgens art. 15 W.Venn. (de jaarrekening kan opgemaakt worden volgens het verkort schema of micromodel). Voor deze regel wordt gekeken naar het jaar van oprichting. Indien de vennootschap later groot wordt kan het verlaagd tarief roerende voorheffing toch behouden blijven;
  5. De aandelen moeten volledig volstort zijn. Voor vennootschapsvormen zonder een minimum kapitaal dient het kapitaal minstens het minimum bedrag van het geplaatst kapitaal in de bvba (€18.550) te bereiken. De volstorting moet wel pas gebeuren voor de algemene vergadering die beslist over de dividend uitkering. De volstorting moet dus niet dadelijk uitgevoerd;
  6. De inbreng in geld mag niet voorkomen uit de verdeling van de belaste reserves overeenkomstig art. 537, eerste lid (dus komen uit een interne liquidatie).

Om van een verlaagd tarief VVPRbis gebruik te kunnen maken mogen de dividenden te vroegste zijn toegekend uit de winstverdeling van het tweede boekjaar, of volgende, na dat van de inbreng :

Voor dividenden toegekend in de winstverdeling van het tweede boekjaar volgende op dat van de inbreng bedraagt het tarief roerende voorheffing 20%.

Voor dividenden toegekend in de winstverdeling van het derde boekjaar volgende op dat van de inbreng bedraagt het tarief roerende voorheffing 15%.

Voorbeeld : werd uw vennootschap opgericht in 2014 en het einde van het eerste boekjaar vindt plaats op 31/12/2014 zal een dividend uitkering in 2017 (resultaatverdeling boekjaar 2016) onderhevig zijn aan een tarief van 20% roerende voorheffing. Een dividend uitkering in 2018 (resultaatverdeling boekjaar 2017) of later, aan een tarief van 15% roerende voorheffing. Deze verlaagde tarieven zijn ook van toepassing op de winsten welke vanaf opstart werden opgebouwd.

U heeft er dus alle belang bij om, na oprichting van uw vennootschap, een dividend uitkering uit te stellen. Na de vierjarige wachtperiode kan u immers elk jaar een dividend uitkeren aan het verlaagde tarief roerende voorheffing van 15%.

Voldoet uw vennootschap niet aan alle voorwaarden kan het aanleggen van een liquidatiereserve een alternatief zijn. Het toepassen van een liquidatiereserve kan zelfs interessanter zijn indien er de komende jaren een liquidatie is gepland. Er kan dan immers geliquideerd worden aan een tarief van slechts 10% roerende voorheffing.

Meer weten over dividenden en roerende voorheffing ?  Lees dan volgende link.

 

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Liquidatiereserves vanaf 2020 optimaal uit te keren

27/01/20 Heb je in boekjaar 2014 een liquidatiereserve aangelegd, dan kan je deze vanaf dit jaar uitkeren aan het verlaagde tarief van 5% roerende voorheffing. Het is immers sinds boekjaar 2014 (aanslagjaar 2015) mogelijk om liquidatiereserves aan te leggen, wat wil zeggen dat in veel dossiers de wachttijd van 5 jaar is afgelopen.

Lees meer

Hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden bij werken in onroerende staat : de inhoudingsplicht

24/01/2020 De inhoudingsplicht geldt voor iedereen die door een (onder)aannemer werken in onroerende staat laat uitvoeren. Dit geldt bijgevolg voor de opdrachtgever, aannemer en onderaannemer. Enkel de natuurlijke persoon die louter voor privédoeleinden werken laat uitvoeren valt niet onder deze regeling.  Nog te vaak denkt de ondernemer of zelfstandige dat de regeling op hem niet van toepassing is omdat hij niet actief is in de bouwsector, niet beseffend dat hij waarschijnlijk wel ergens een onderhouds- of reinigingsovereenkomst heeft afgesloten dat een (gelijkgesteld) werk in onroerende staat blijkt te zijn. 

Lees meer

Vanaf wanneer is een vennootschap “groot”

20/01/20 De grootte van uw vennootschap heeft een invloed op veel wettelijke verplichtingen en fiscale maatregelen. De materie is echter complexer dan dat ze op het eerste zicht lijkt.

Lees meer