Wonen in een pand van je vennootschap wordt een fiscaal risico

30/10/18 Lange tijd was het geen probleem om te wonen in een gebouw dat eigendom was van je vennootschap. Ingevolge wijzigende rechtspraak wordt dit echter een steeds groter risico.

Zolang je maar kon aantonen dat je als zaakvoerder werd belast op een “voordeel alle aard woonst”, of huur betaalde aan je vennootschap, was het risico op discussie met de fiscus erg beperkt wanneer je woonde in het pand van je vennootschap. De kosten van de woonst (afschrijvingen, interesten lening,…) werden afgetrokken in je vennootschap, en de zaakvoerder betaalde belastingen op het voordeel alle aard, of betaalde huur aan zijn vennootschap. De “bezoldigingstheorie” bepaalde immers dat de kosten van het pand werden beschouwd als een vergoeding voor de prestaties van de zaakvoerder, of m.a.w. als een soort van loonkost konden worden bekeken. Als bedrijfsleider heb je immers recht op een vergoeding voor de prestaties die je uitvoerde en die vergoeding mag “in natura” worden uitgekeerd. Dus mochten de kosten van de woning worden ingebracht, ook al werd er geen beroepsmatige activiteit uitgeoefend. Diezelfde redenering kon ook gevolgd worden voor bv. een vakantiewoning aan de kust.

Reeds in 2016 maakte het Hof van Cassatie wel de bemerking dat de belastingplichtige het bewijs moet leveren dat, voor de kosten waarvoor hij de aftrek vraagt, ze beantwoorden aan werkelijke prestaties geleverd aan de vennootschap. Maar daar de fiscus geen opportuniteitsoordeel mag vellen, kon deze niet oordelen of een kost nuttig was, en welke prijs de vennootschap hiervoor moest betalen. Dus bleef er lange tijd onduidelijkheid, en de constructie populair.

Steeds vaker nemen rechtbanken echter hardere standpunten in ten nadele van de belastingplichtige, waarbij de kosten van de woonst niet langer automatisch aftrekbaar zijn. Belastingen betalen op een “voordeel alle aard woonst” is onvoldoende. Het gebruikt van de woonst moet deel uitmaken van de verloningspolitiek, die gedocumenteerd moet zijn. Maar het blijft erg onduidelijk hoe dergelijk bewijs moet aangetoond worden.

Zeker het hof van beroep te Antwerpen weigert systematisch de aftrek als niet kan aangetoond worden dat “de kosten gedaan of gedragen zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden”. Het hof valt dus terug op de algemene aftrekvoorwaarden die gesteld worden in het art. 49 WIB1992. De vennootschap moet dus het bewijs leveren dat zij met de terbeschikkingstelling van de woonst haar bedrijfsleider vergoedt voor de werkelijke prestaties die hij heeft geleverd. Een bewijs dat helaas meestal ontbreekt. Eisen dat de belastingplichtige dit bewijs levert, houdt volgens het hof geen verboden opportuniteitsbeoordeling in. Louter het feit dat de maatschappelijk zetel van de vennootschap op dit adres is gevestigd kan op zich de aftrek niet verantwoorden. Of ook het feit dat een bedrijfsleider werkelijk huur betaalt, is volgens de rechtbank onvoldoende om de aftrek van woonst te aanvaarden als beroepsuitgave. Ter info, indien het pand wordt verhuurd aan een derde, niet verbonden met de vennootschap, zullen de kosten wel worden aanvaard.

Deze nieuwe tendens in de rechtspraak is natuurlijk erg vervelend omdat veel bedrijfsleiders in het verleden in deze constructie instapten vanuit de vanzelfsprekendheid dat er geen discussie kon ontstaan over de aftrekbaarheid van het pand binnen de vennootschap. Een vanzelfsprekendheid die dus op zijn einde loopt.

Deel dit bericht op:


Andere actua berichten

Dubbele beperking bij uitkering dividenden in het nieuwe wetboek

19/06/19 Door de afschaffing van de term kapitaal komen er (ter bescherming van de schuldeisers) nieuwe regels mbt het uitkeren van dividenden. Een winstuitkering kan nog enkel als de solvabiliteit en liquiditeitspositie van de vennootschap dat toelaten. Je kan dus nog maar enkel een dividend uitkeren wanneer het eigen vermogen hierdoor niet negatief komt en alle opeisbare schulden van de komende twaalf maanden kunnen worden betaald.

Lees meer

De zorgvolmacht : voor als het morgen niet meer lukt

11/06/19 Vijf jaar geleden trad de nieuwe wet op het bewind in werking. Door die wet hebben wij nu de mogelijkheid om zelf een vertrouwenspersoon (bijv. onze partner) volmacht geven om ons vermogen te beheren wanneer wij dat zelf niet meer kunnen door ouderdom, dementie of een ongeval. Sinds 1 maart ll. kunnen ook bepaalde zorgaspecten geregeld worden via een (voor)zorgvolmacht.

Lees meer

Aandachtspunten bij een bankgift

05/06/19 De bankgift is nog steeds een zeer geliefde techniek voor de overdracht van geld bij wijze van schenking. Dit is niet zo verwonderlijk aangezien de bankgift een geldige schenking geeft zonder (al te veel) formalisme en zonder schenkbelasting, indien deze volgens de regels van het spel wordt uitgevoerd. Toch zijn er enkele spelregels die roet in het eten dreigen te gooien, indien ze niet correct worden nageleefd. Vandaar enkele tips die u beter in het achterhoofd kan houden wanneer u een bankgift overweegt.

Lees meer